cloi
string | abstract
string | title
string | org_discipline
string | __index_level_0__
int64 |
|---|---|---|---|---|
c:vabb:512137
|
Bijdrage en verdieping hoe de Laatmiddeleeuwse minne-mystiek van vrouwen werd gecontinueerd in de vroegmoderne tijd
|
Girlpower en minne-mystiek in de zeventiende eeuw
|
Literature
| 7,857
|
c:vabb:491222
|
Het ANTW richtte aan haar lezers de vraag welk filosofisch idee meer bekendheid zou mogen genieten. In dit speciaal eindejaarsnummer met korte essays, schuift Schaubroeck het idee van de standpunttheorie naar voren als ondergewaardeerd.
|
Wat Picasso niet wist: kennis volgens de standpunttheorie
|
Philosophy
| 7,220
|
c:vabb:403308
|
Het oog dicteert het land: in een wereld vol beeldschermen is zien en gezien worden het hoogste goed. En ja, dat gaat ook op voor architectuur. Noem het fallus-, façade- of spektakelarchitectuur. Maar het kan anders: bouwen voor al je zintuigen.
|
Dictatuur van het oog
|
Art History
| 5,302
|
c:vabb:179754
|
Dieren zijn geen dingen. Dieren zijn ook geen mensen. De meeste dieren hebben wel eigenschappen, zoals het vermogen om pijn te lijden die ze delen met mensen. Daarom zijn dieren voorwerp van morele zorg en zijn we er verantwoordelijk voor dat dieren zoveel mogelijke positieve ervaringen opdoen (principe van weldoen of 'beneficence'). Maar mogen we ze ook opeten? De antropocentrische visie waarin het eten van vlees legitiem geacht wordt, wordt door een groter wordende groep mensen gecontesteerd. Het zoöcentrisme erkent dat dieren intrinsieke waarde toekomt en impliceert dus een 'neen-tenzij' antwoord. Zijn er goede (= proportionele) argumenten die het eten van vlees nog kunnen verantwoorden?
|
Veganisme: een nieuwe religie?
|
Theology
| 438
|
c:vabb:175787
|
Dit artikel bespreekt de historische betekenis van Populorum progressio (1967), inclusief de invloed van Lebret. Het toont aan dat de ideeën over structurele rechtvaardigheid en over de armen als subject van hun eigen geschiedenis in recente teksten van het leergezag van de katholieke kerk op de achtergrond verdwijnen ten voordele van een meer op caritas gerichte benadering. Dit is onder meer het geval in Centesimus annus (1991) en het Compendium van de sociale leer van de Kerk (2004).
|
'Waarin allen kunnen geven en ontvangen'. Bij de veertigste verjaardag van Populorum progressio
|
Theology
| 406
|
c:vabb:341886
|
Op 16 december 2011 werd het vierde jaarverslag van de Centrale Toezichtsraad voor het gevangeniswezen voorgesteld. Dit editoriaal geeft hiervan een kritische bespreking.
|
Het jaarrapport van de Centrale Toezichtsraad voor het gevangeniswezen. Hoe de context de inhoud kan bepalen...
|
Criminology
| 3,013
|
c:vabb:303889
|
Interviewen intra muros: een muur te doorbreken?
|
Interviewen intra muros: een muur te doorbreken?
|
Criminology
| 1,654
|
c:vabb:304120
|
Bespreking van het Cassatiearrest van 16 januari 2009.
|
Familierecht en familiaal vermogensrecht
|
Law
| 1,737
|
c:vabb:309748
|
Iedereen heeft de morele plicht zijn medemens in nood naar best vermogen bij te staan. In onze moderne samenleving staan een grote groep artsen, een brede waaier van paramedisch personeel en een hele reeks geavanceerde apparatuur ter beschikking om slachtoffers van ongevallen de beste medische zorgen toe te dienen. Tussen het tijdstip van het ongeval en de eigenlijke medische verzorging verloopt er echter nog heel wat tijd. Om te voorkomen dat de toestans van een ongevalsslachtoffer in deze tijdsspanne beduidend verslechtert, is eerste hulp bij ongevallen onmisbaar. Dit handboek wil voor de EHBO'er een leidraad zijn voor de hulpverlening bij frequent en minder frequent voorkomende ongevallen. De ongevalssituaties worden op een leesbare en bevattelijke wijze in een logische volgorde besproken, en met vele figuren geïllustreerd.
Dit boek bevat de reanimatierichtlijnen van 2010.
|
EHBO
|
Social Health Sciences
| 1,882
|
c:vabb:468964
|
In 1822 opent de Kolonie van Weldadigheid in Wortel. Hiermee start in de Zuidelijke Nederlanden een uniek maatschappelijk experiment in de maakbaarheid van mens, maatschappij en natuur. Gestuwd door een groot geloof in heropvoeding, disciplinering en ontginning hertekenen de kolonisten de om geving en, zo wordt gehoopt, ook zichzelf. In de jaren 1840 gaat dit project roemloos ten onder, maar de verlichte idealen van de hermaakbare mens in een hermaakbare natuur veranderen intussen de wereld voorgoed.
|
1822 : de opening van de Kolonie van Weldadigheid
|
History
| 6,788
|
c:vabb:273606
|
Bespreking van het boek van de Vlor waarin exploratief onderzoek werd verricht naar de mening van verschillende onderwijsexperts uit Vlaanderen en Nederland over competentie-ontwikkelend onderwijs. Meer bepaald werd hen gevraagd wat competentie-ontwikkelend onderwijs precies inhoudt, op welke onderwijsniveaus of –sectoren het moet gericht zijn en welke de voor- of nadelen ervan zijn. Het resultaat is een gevarieerd beeld van verschillende visies. Het boek wordt afgesloten met een synthesetekst van de Vlor, waarin ook een aantal aanbevelingen vervat zijn.
|
Voor u gelezen. Competentie-ontwikkelend onderwijs
|
Educational Sciences
| 823
|
c:vabb:276555
|
Tinneke Beckman heeft in deze bundel zeven artikels over Spinoza samengebracht. Ook vertaalde ze twee artikels uit het Frans, 'Spinoza et la sexualité' van Alexandre Matheron, en 'Epicurisme en Spinozisme: de ethiek' van Laurent Bove.
De andere auteurs zijn Miriam van Reijen, Marin Terpstra, Herman De Dijn.
|
Spinoza. Filosoof van de Blijheid
|
Philosophy
| 1,023
|
c:vabb:541773
|
We stellen in deze bijdrage een analyse-instrument voor om de wenselijkheid van doel-vs. regelgeving in te schatten. Rechtseconomische inzichten rond overheidsmotieven, kenmerken van de beleidsomgeving en handhaving worden aangewend om beleidsmakers van een praktisch instrument te voorzien om een weloverwogen keuze voor doel-of middelregelgeving te maken. en [email protected]. (1) Het artikel is gebaseerd op een studieopdracht uitgevoerd voor de Vlaamse overheid door w. MarneFFe, P. PoPelier, C. billieT, T. Jans, k. Van aeken en K. de beCkker (2021), Methodologische onderbouwing en conceptuele uitwerking van het gebruik van doelregelgeving en open normen met behulp van experimentwetgeving en regelluwe zones binnen het omgevingsrecht van de Vlaamse overheid. De beleidsmatige en wetenschappelijke belangstelling voor alternatieve vormen van regelgeving, die minder prescriptief en meer flexibel zijn, is doorheen de jaren steeds toegenomen. De discussies over regelgeving die meer vrijheid biedt aan burgers, bedrijven en organisaties, hebben de afgelopen twee decennia een steeds belangrij-kere plaats gekregen in de beleidsagenda's van vele lan-den als gevolg van een bredere beleidsfocus op 'betere regelgeving' en de vermindering van de regeldruk voor het bedrijfsleven. De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) heeft bijvoorbeeld lange tijd het standpunt ingenomen dat in regelgevingsbeleid, waar mo-gelijk, de voorkeur dient gegeven te worden aan doelregel-geving. 2 In de Verenigde Staten steunden de regeringen-(2) OECD (2012), Recommendation of the Council on Regulatory Policy and Governance, Parijs, Council of OECD.
|
De wenselijkheid van doelregelgeving: een rechtseconomisch analyse-instrument
|
Economics & Business
| 8,727
|
c:vabb:292531
|
In dit theoretisch gericht hoofdstuk schetsen we de relatie tussen het paradigma (dit staat voor een denk- én handelingskader) van empowerment en het theoretisch kader van maatschappelijke kwetsbaarheid (Vettenburg, 1988; Vettenburg & Walgrave, 2002; Vettenburg & Walgrave, 2009). Naast een duiding van empowerment komen zowel gelijkenissen als verschilpunten tussen beide kaders aan bod. Andere theoretische kaders die tevens gelieerd zijn aan empowerment vallen buiten de beschouwing van dit hoofdstuk.
|
Empowerment en maatschappelijke kwetsbaarheid
|
Sociology
| 1,264
|
c:vabb:182710
|
Het boek bevat de volgende vier bijdragen: Het OCMW zoals de zee: geven en nemen? / Actualia pensioengegevens / Het EVRM en de sociale zekerheid / De arbeidsrelatieswet en de sociale zekerheid
|
Socialezekerheidsrecht
|
Law
| 474
|
c:vabb:350317
|
Thematisch nummer over de literatuur van Spaans-Amerikaanse schrijvers in Spanje.
|
Escritores hispanoamericanos en España
|
Literature
| 3,398
|
c:vabb:535235
|
De volkstelling van 31 december 1876 was in tegenstelling tot andere nationale tellingen slechts een eenvoudige opsomming van de bevolking in afwachting van een drievoudige census in 1880. De cijfers werden nooit afzonderlijk gepubliceerd of geanalyseerd. Zelfs de toenmalige overheid gebruikte de officiële bevolkingsaantallen van 1876 louter waar ze wettelijk voor bedoeld waren: voor het aanpassen van het aantal te verkiezen leden van kamer en senaat.
Hoewel de bevolkingscijfers van 1876 onderbenut zijn, zijn ze toch relevant voor historisch en heemkundig onderzoek. Studie op het niveau van het gezin wordt mogelijk gemaakt door gezinsbulletins die hier en daar in (naar het Rijksarchief overgedragen) gemeentearchieven worden bewaard. Belangrijker zijn de cijfers die beschikbaar zijn voor alle Belgische gemeenten. Gemeenten zijn immers de kleinste administratief-geografische omschrijvingen die toelaten om historische vergelijkingen te maken in ruimte (met de gemeenten onderling), in tijd (met vroegere of latere volkstellingen) en in context (met andere tellingen op micro-niveau).
|
Bouwstenen voor een sociaal-economische geschiedenis van het Meetjesland : de volkstelling van 1876
|
History
| 8,472
|
c:vabb:511892
|
Korte geschiedenis van de ideologische betekenis van ridders in de Nederlandstalige literatuur van de 19de t.e.m. 21ste eeuw.
|
De ridder is niet gestorven: over de eeuwige terugkeer van de geharnaste superheld
|
Literature
| 7,840
|
c:vabb:414854
|
Deze bijdrage gaat over bemiddeling tijdens civiele gerechtelijke procedures, ook wel gerechtelijke bemiddeling genoemd. Civiele gerechtelijke procedures omvatten niet alleen procedures betreffende burgerrechtelijke aangelegenheden in de strikte zin, maar ook procedures in handelszaken en sociale zaken. Het gaat met andere woorden om alle procedures die onder de werkingssfeer van het Gerechtelijk Wetboek vallen.
De focus zal worden gelegd op de verhouding tussen rechtspraak en bemiddeling eenmaal een gerechtelijke procedure is opgestart. Die verhouding wordt bekeken op inhoudelijk vlak: wat is de eigenheid van bemiddeling en rechtspraak? Waarom, wanneer en onder welke voorwaarden kiezen voor rechtspraak of bemiddeling? Zij wordt ook belicht vanuit organisatorisch oogpunt: hoe worden rechtspraak en bemiddeling praktisch op elkaar afgestemd? Hoe kan het gebruik van bemiddeling worden gestimuleerd door rechtscolleges? Bij het bespreken van de verhouding tussen rechtspraak en gerechtelijke bemiddeling kan geen abstractie worden gemaakt van een derde mogelijkheid waarover rechters beschikken om zaken af te doen: de minnelijke schikking. Zij behoort van oudsher tot de taak van de rechter. Door recente wettelijke evoluties, vooral door de invoering van de familierechtbank, is het belang van de minnelijke schikking nog toegenomen. Als de rechter voor de keuze staat om aan de partijen al of niet een bemiddeling voor te stellen, zal hij steeds voor ogen houden dat een poging tot minnelijke schikking evenzeer een mogelijk oplossingstraject is. Hij zal een doordachte keuze tussen die beide trajecten moeten maken. Vandaar dat de minnelijke schikking in deze bijdrage niet onbesproken kan blijven, ook al ligt het accent vooral op de verhouding tussen rechtspraak en gerechtelijke bemiddeling.
|
Bemiddeling tijdens civiele gerechtelijke procedures: wat, waarom, hoe en waarheen?
|
Law
| 5,446
|
c:vabb:385459
|
In deze bijdrage wordt aangetoond waarom het care en curesysteem vandaag dysfunctioneel georganiseerd is. Er worden alternatieven aangereikt. Cases uit ziekenhuissector en woonzorgcentra illustreren het betoog.
|
Patiëntgericht werken in het ziekenhuis van morgen
|
Sociology
| 4,498
|
c:vabb:160787
|
Binnen het SIF-programma van het OCMW van Antwerpen staat het verhogen van de kwaliteit van de hulpverlening centraal. Deskundigen geven aan dat het verbeteren van de kwaliteit van de publieke dienstverlening alleen mogelijk is als de burger of de cliënt daadwerkelijk een stem krijgt en de kwaliteit van de dienstverlening kan beoordelen. In dit kader gaf het OCMW van Antwerpen aan het Hoger Instituut voor de Arbeid (HIVA) de opdracht het doelgroepperspectief in te brengen binnen het SIF-programma. Op dit vlak is er weinig traditie in Vlaanderen, onderzoeksmateriaal over de wijze waarop cliënten de OCMW-hulpverlening percipiëren is nagenoeg onbestaande. Om de inbreng van de doelgroep te garanderen werd in 1998 een eerste maal de kwaliteitsperceptie van de doelgroep ten aanzien van de geboden hulpverlening gemeten. Dit gebeurde middels een survey en diepte-interviews met zowel cliënten als organisaties die dicht bij de kansarme doelgroep staan. Op basis van deze resultaten werden actiepunten geformuleerd die de aanzet waren voor enkele concrete acties. Midden 2000 volgde een tweede cliëntenbevraging. Deze publicatie beschrijft zowel het gehanteerde meetinstrumentarium, de ondernomen acties om de kwaliteit te verhogen als de evolutie van de kwaliteit van de hulpverlening vanuit doelgroepperspectief. Daarnaast wordt eveneens stilgestaan bij de invulling van het kwaliteitsbegrip binnen de OCMW-hulpverlening. Het maatzorgconcept vormt hierbij een belangrijke inspiratiebron.
|
Het doelgroepperspectief binnen de Antwerpse OCMW-hulpverlening: sleutel tot kwaliteit
|
Economics & Business
| 99
|
c:vabb:478523
|
Door Thomas Bellinck’s 'Domo de Eŭropa Historio en Ekzilo' te ontvouwen wil deze bijdrage aantonen dat Europa’s vlucht in diens verleden meer is dan een wanhopig poging, bij de afwezigheid van een nieuw verhaal voor Europa. Zoals ik zal onderzoeken, maakt deze nostalgische reflex deel uit van een groter fenomeen dat zowel het antwoord is op alsook het symptoom is van een temporele crisis waar uit onze onmogelijkheid blijkt om met het verleden om te gaan en deze in te zetten voor de toekomst. Met Domo als instrument en de inzichten van Andreas Huyssen, François Hartog en Svetlana Boym onderzoek ik hoe theater ons toch kan helpen om met dat weerbarstige verleden om te gaan en die temporele crisis te overkomen.
|
Lemon Juicer Merkel : where the real and the fictional Europe meet : exploring Thomas Bellinck’s 'Domo de Eŭropa Historio en Ekzilo'
|
Art History
| 6,937
|
c:vabb:208831
|
Artikelen over de vraag hoe Europa, al dan niet in samenwerking met de Verenigde Staten, zijn democratisch ideaal wereldwijd kan verspreiden.
|
De Europese Unie en democratisering: ambities en dilemma’s
|
Political Sciences
| 577
|
c:vabb:177930
|
Meer dan elfduizend jongeren bereiden zich voor op een beroep in het deeltijds onderwijs, de leertijd en de deeltijdse vorming. Het is de bedoeling dat zij hun opleiding combineren met werkervaring. Dat betekent dus dat er voldoende werkervaringsplaatsen beschikbaar moeten zijn of met andere woorden, dat vele werkgevers bereid moeten zijn om deze jongeren werkervaring te bieden. Een jongere goed opleiden op de werkvloer vraagt echter heel wat van de werkgevers. Indien men wil realiseren dat alle deeltijds lerenden hun opleiding combineren met werkervaring, dient men rekening te houden met de motieven en ervaringen van de werkgevers.<br><br> In het voorjaar van 2006 voerde het HIVA een onderzoek uit bij werkgevers naar hun opvattingen over werkervaring voor deeltijds lerenden, hun motieven om wel of niet werkervaring te bieden aan deze leerlingen en naar de kosten en baten die er voor hen aan verbonden zijn. De informatie is waardevol voor de overheid, de verschillende sectoren en organisaties van werkgevers, voor de mensen uit de praktijk van de deeltijdse leersystemen en alle anderen die zich inzetten om werkervaring voor de leerlingen uit de deeltijdse leersystemen te realiseren.
|
Werkervaring voor leerlingen uit de deeltijdse leersystemen: motieven en ervaringen van de werkgevers
|
Educational Sciences
| 425
|
c:vabb:275641
|
Een van de doelstellingen van de invoering van de IFRS-standaarden voor beursgenoteerde vennootschappen in de Europese Unie vanaf 2005 was een verbeterde vergelijkbaarheid tussen de jaarrekeningen van verschillende ondernemingen, sectoren en landen. Onder IFRS blijft het mogelijk dat ondernemingen aanvullende inlichtingen opnemen in hun jaarrekening om de gebruikers degelijk te informeren over hun financiële toestand en hun financiële prestaties. Dit betreft onder meer de vermelding van alternatieve prestatiemaatstaven (APM's). Het aangetaste vertrouwen van de markt in jaarrekeninginformatie naar aanleiding van diverse boekhoudschandalen heeft een debat op gang gebracht over het gebruik en de bruikbaarheid van APM's in Europa. Europese overkoepelende toezichthouders zoals CESR hebben als reactie hierop aanbevelingen geformuleerd, in het bijzonder om misleiding van niet-professionele beleggers door het gebruik van APM's tegen te gaan.
Het in dit artikel beschreven onderzoek heeft als belangrijkste doelstelling na te gaan wat de aard en de omvang zijn van het gebruik van alternatieve Earnings Per Share (EPS)-waarden in de jaarrekeningen van Europese beursgenoteerde vennootschappen, en zo inzicht te verwerven in de drijfveren van ondernemingen om APM's te gebruiken. Drie onderzoeksvragen komen aan bod: (1) Is het aantal ondernemingen dat alternatieve EPS-waarden vermeld toegenomen in de periode van drie jaar sinds de invoering van IFRS? (2) Welke alternatieve EPS-waarden gebruiken ondernemingen en hoe stellen ze die voor in hun jaarrekening? (3) Zijn alternatieve EPS-waarden hoger of lager dan GAAP EPS-waarden en heeft dit een invloed op de aard of de omvang van voorstelling?
Het onderzoek heeft betrekking op de jaarrekeningen van 31 Europese beursgenoteerde vennootschappen voor de jaren 2005, 2006 en 2007. Uit de resultaten blijkt een gestage toename van het aantal ondernemingen dat alternatieve EPSwaarden rapporteert. De meeste ondernemingen gebruiken voor hun alternatieve EPS zeer algemene termen zoals «Adjusted EPS» en «Underlying EPS». Achter die begrippen gaat een grote variëteit schuil van uitsluitingen van rubrieken en effecten op het resultaat (resultaatverhogend of -verlagend). In overeenstemming met bestaand onderzoek zijn de alternatieve EPS-waarden meestal hoger dan de GAAP EPS-waarden. Opmerkenswaard is dat wanneer ondernemingen nog tweede of derde alternatieve EPS-waarden vermelden, deze meestal lager zijn dan de GAAP EPS-waarden. Ten slotte blijkt uit de onderzoeksresultaten dat ondernemingen verkiezen om de EPS-waarde die het hoogste resultaat oplevert eerst te vermelden.
|
Het gebruik van alternatieve EPS-maatstaven in de jaarverslaggeving van Europese beursgenoteerde ondernemingen sinds de invoering van IFRS in 2005.
|
Economics & Business
| 884
|
c:vabb:187991
|
Integriteit in Europees perspectief
|
Integriteit in Europees perspectief
|
Criminology
| 503
|
c:vabb:335014
|
In dit artikel gaan we na waarin de eigenheid van een vertaling, die we 'vertaligheid' noemen, precies kan bestaan. De vraag is of die eigenheid van vertalen wel onder woorden gebracht kan worden en wat er, bijgevolg, dan wel aan relevants over een vertaling gezegd kan worden.
|
Vertaligheid
|
Literature
| 2,596
|
c:vabb:349904
|
Het artikel bestaat uit: (a) een inleiding met situering van de vertaalde tekst (pagina 1-2); (b) een vertaling uit het Grieks in het Arabisch van de brief van Ptolemaeus Gnosticus (ca. 180 na Christus) gericht aan een zekere Flora, waarin hij haar naar zijn gnostische leer tracht over te halen (pagina 2-6); (c) een studie over het Godsbegrip van Ptolemaeus (pagina 7-13); en (d) voetnoten en bibliografie (pagina 13-20).
|
Min Batlimos Ila Flora [Van Ptolemaeus aan Flora]
|
Linguistics
| 3,390
|
c:vabb:271384
|
Het Belgische politieke systeem is hopeloos ingewikkeld. De laatste tijd is bovendien duidelijk geworden dat het niet eens naar behoren functioneert. Is het dan beter om België gewoon af te schaffen ?
|
Barst België?
|
Political Sciences
| 745
|
c:vabb:326291
|
De Wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging
en de verwijdering van vreemdelingen1 stelt het illegaal verblijf van vreemdelingen strafbaar. Veroordelingen voor illegaal verblijf worden echter slechts uitzonderlijk uitgesproken, veeleer in combinatie met een veroordeling voor andere misdrijven. Niettegenstaande verblijft in onze gevangenissen een aantal vreemdelingen die uitsluitend van hun vrijheid worden beroofd met het oog op hun verwijdering van het grondgebied. Op grond van de Vreemdelingenwet kunnen illegale vreemdelingen immers onder strikte voorwaarden worden opgesloten met het oog op een mogelijke repatriëring. In het gevangenisjargon wordt deze groep gedetineerden ZMB'ers genoemd (personen Zonder Middelen van Bestaan). Tussen 1985 en 1991 is het aandeel van deze categorie gedetineerden vervijfvoudigd. Mede door de uitbouw van de gesloten detentiecentra voor illegalen, daalde het aandeel van deze groep in de gevangenis geleidelijk tot 862 personen gespreid over het jaar 2009.4 Het betreft op dit moment (bijna) uitsluitend illegale vreemdelingen die voordien reeds opgesloten waren omwille van een inbreuk op de strafwet.
|
Eindelijk vrij! Een terugkeer naar (n)ergens: de invrijheidstelling van illegale gedetineerden
|
Criminology
| 2,317
|
c:vabb:394310
|
Deze bijdrage bevat een analyse van recente rechtspraak in het domein van het erfrecht
|
Erfrecht
|
Law
| 4,951
|
c:vabb:369848
|
Steden zijn voortdurend in transformatie. Omwille van veranderende noden, gebruikers en visies wordt er zonder ophouden aan de stedelijke ruimte gesleuteld. Maar omdat de cyclus van ingebruikname, verlating en hergebruik van de ruimte niet altijd continu is, kent elke stad geregeld verlaten en verwaarloosde plekken. Dan vallen er - tijdelijk - gaten in de stad.
Deze lege plekken vormen hybride, informele en marginale ruimtes. In de stedenbouw gaat vandaag veel aandacht naar de restanten van ons industrieel verleden. De vrijgekomen ruimtes worden aangeduid als “wastelands” of “brownfields”, die om een snelle herontwikkeling vragen. Benamingen als “terrains vagues” , de schaduwstad of “the porous city” wijzen er dan weer op dat deze restgebieden ook als een wezenlijk onderdeel van de stad kunnen worden opgevat.
De houding tegenover leegtes in het stedelijk weefsel is dus ambigu. Er treedt een spanning op. Aan de ene kant is er de gangbare, planmatige en sturende manier van stadsontwikkeling die van bovenuit (“top-down”) wordt opgelegd en het gebruik van de ruimte op middellange en lange termijn wil regelen. Tegelijk moeten, binnen deze opvatting, de leegstaande plekken ook snel weer worden opgevuld en dus weer in de gangbare cyclus van het ruimtegebruik worden opgenomen. Aan de andere kant staan allerlei meer spontane vormen van stadontwikkeling. Die ontstaan van onderuit (“bottom-up”), zijn minder sturend en voegen zich gemakkelijker naar veranderende noden. Deze benadering erkent dat de toekomst vol met onzekerheden is en beschouwt stedelijke leegte veeleer als expansieruimtes van de stad, die mogelijkheden bieden om nieuwe ontwikkelingen uit te testen en te laten groeien. Beide benaderingen zouden in tijdelijk of tussentijds gebruik een raakvlak kunnen vinden.
|
Gaten in de stad zijn kansen voor de stad
|
Art History
| 3,718
|
c:vabb:272317
|
In 2005 bestaan de Verenigde Naties (VN) zestig jaar. Tijd om een balans op te maken van de verwezenlijkingen en de toekomst van deze organisatie. `De Verenigde Naties. Een wereld van verschil?` bundelt een dertigtal kritische bijdragen van VN-specialisten en betrokkenen uit de academische wereld, de overheid en de niet-gouvernementele sector. Deze uitgave vormt het startpunt van de Wereldvisie-reeks, waarin de vele thema’s die centraal staan voor de VN aan bod komen: gezondheid, ontwikkelingssamenwerking, milieu, cultuur, onderwijs, wereldhandel en werkgelegenheid.Dit boek laat je kennismaken met het institutionele VN-kader en met de plaats van de VN in Vlaanderen, België en de Europese Unie. Er wordt dieper ingegaan op de relatie tussen de VN en niet-overheidsactoren en op de verschillende activiteitsdomeinen, vandaag en in de toekomst.Een aanrader voor wie zich interesseert in of vragen stelt bij de Verenigde Naties, haar betekenis, haar functie en haar wereldomvattende thema’s en activiteiten.De bijdragen in dit boek zijn van Jan Wouters, Karel De Gucht, Alex Reyn, Geert Bourgeois, Diane Verstraeten, Erik Suy, Michiel Maertens, Valérie Arnould, Sten Verhoeven, Raymond Sommereyns, Neri Sybesma-Knol, Bart Bode, Peter Wollaert, Ria Heremans, Lesley Hustinx, Tine Vandervelden, Ann Pauwels, Veronique Joosten, Bernard Mazijn, Maarten Vidal, Roemer Lemaître, Bart De Meester, Diederik Kramers, Frank Maes, Eddy Somers, Marc Cogen, Cedric Ryngaert, Gert Vermeulen, Robert Cliquet, Lili Boeykens en Fiona Ang.
|
De Verenigde naties: een wereld van verschil?
|
Political Sciences
| 793
|
c:vabb:347248
|
Dit artikel betreft een analyse van de verdeling van de woonsubsidies in Vlaanderen, gebaseerd op surveydata voor 2005 en administratieve data voor 2008. Een woonsubsidie wordt gedefinieerd als elk overheidsinitiatief dat zorgt voor een daling van de kost of de productie van wonen, op een expliciete of impliciete manier. De omvang van de subsidies wordt berekend met de gebruikskostenmethode. Op Vlaams bestuursniveau bestaan deze subsidies onder meer uit de verminderde huur in de sociale huisvesting en het (beperkt) systeem van huursubsidie, die beiden sterk gericht blijken op de 20% laagste inkomens. Op federaal niveau, komt 70% van de hypotheekaftrek en de verlaagde btw bij renovatie terecht bij de twee hoogste inkomensquintielen. Daarnaast komen ook de verminderingen van onroerende voorheffing en registratierechten eerder terecht bij de hogere inkomens, maar in mindere mate omdat deze voornamelijk worden toegekend voor bescheiden woningen. In totaliteit, komt ongeveer 48% van de woonsubsidies terecht bij de top 40% inkomens, terwijl 20% terecht komt bij het laagste inkomensquintiel. Tot slot blijkt de gemiddelde eigenaar 4,3 keer meer te ontvangen aan woonsubsidiëring dan de gemiddelde huurder.
|
Hoe zijn de woonsubsidies in Vlaanderen verdeeld?
|
Sociology
| 3,277
|
c:vabb:337779
|
“Strategie en organisatie van publieke organisaties” is een handboek dat leidinggevende ambtenaren (die we vandaag “publiekemanagers” noemen) en studenten die zich willen voorbereiden op een leidinggevende functie in publieke organisaties de begrippen, modellen en theorieën wil aanreiken die hen moeten in staat stellen om de strategische en organisatorische dimensies van hun organisatie op een succesvolle wijze gestalte te geven. Daarmee ondersteunt het boek de fundamentele en ingrijpende veranderingsprocessen die zichmomenteel op alle bestuursniveaus in publieke organisaties voltrekken. Het begrip “publieke organisatie” moet daarbij in zeer ruime zin worden begrepen: de “echte” overheid, maar evenzeer al die organisaties die vooral bedoeld zijn om “maatschappelijke waarde” tot stand te brengen en die niet in de eerste plaats op hun financiële winstgevendheid worden afgerekend.
|
Strategie en organisatie van publieke organisaties
|
Economics & Business
| 2,669
|
c:vabb:511808
|
Dit essay had als bedoeling om een licht te werpen op de psycho-culturele aspecten van het fascisme en hedendaags extreemrechts met Adorno’s geschriftenals richtsnoer. Ik heb eerst de nadruk gelegd op het feit dat Adorno voortbouwde op de geschriften van Friedrich Pollock en Frans Neumann wat betreft de wisselwerking tussen de economische en institutionele processen van monopoliekapitalistische samenlevingen en de politieke doorbraak van fascistische bewegingen, om hierbij dan ook een beter conceptueel en historisch begrip te verkrijgen van wat het fascisme constitueert als fenomeen.
|
De malaise van de laatmoderniteit: Adorno, monopoliekapitalisme en de psychopolitieke aspecten van het fascisme en hedendaags extreemrechts
|
History
| 7,827
|
c:vabb:541259
|
Sinds 1 september 2022 is het nieuwe regime van de tenuitvoerlegging van korte vrijheidsstraffen tot en met drie jaar gefaseerd in werking getreden. In deze bijdrage beantwoorden Olivia Nederlandt en Laurens Claes een hele reeks praktische vragen over de nieuwe regeling. Ook plaatsen zij enkele kritische kanttekeningen bij de gevolgen ervan.
|
Veroordeeld tot een vrijheidsstraf van drie jaar of minder : wat zal er met mij gebeuren?
|
Law
| 8,685
|
c:vabb:161430
|
Een christelijke benadering van de medische ingrepen bij het levenseinde.
|
Hulp bij het menswaardig sterven
|
Philosophy
| 121
|
c:vabb:425317
|
Probleemstelling en onderzoeksvragen:Hoe kunnen partners in de toeleveringsketen hun prestatiemeetsysteem verbeteren om hun efficiëntie en effectiviteit te verhogen? Welke problemen en mogelijke oplossingen worden bestudeerd in recent wetenschappelijk onderzoek?
Onderzoeksmethode: Literatuuronderzoek op basis van recente publicaties rond prestatiemeting in globale toeleveringsketens in management control en operations research
Bevindingen: Vooreerst dient het prestatiemeetsysteem de waarde-creatie binnen de toeleveringsketen te weerspiegelen, en nauw aan te sluiten bij de beoogde strategie. Daarnaast dient het prestatiemeetsysteem de nood aan flexibiliteit en duurzaamheid van de integrale toeleveringsketen uit te drukken.
Betekenis voor de financiële functie: De recente literatuur geeft aan dat het opstellen van een coherent en geïntegreerd prestatiemeetsysteem bepalend kan zijn voor het succes van wereldwijde toeleveringsketens. Niet alle informatie stroomt immers even goed door naar de verschillende partners in de keten. Voor de financiële functie blijft het een grote uitdaging om de juiste prestatiemaatstaven te selecteren en op te volgen, zonder de managers met een overdaad aan maatstaven te belasten.
|
Het gebruik van prestatiemaatstaven voor supply chain management
|
Economics & Business
| 5,842
|
c:vabb:273525
|
Genezingsverhalen nemen een centrale plaats in het Nieuwe Testament in. Door sommige mensen met een beperking wordt dat geduid als een ontkenning van de volwaardigheid van een leven met een functionele beperking. Functionele beperking leidt ertoe dat mensen een eigen wereldvisie, kosmologie, ontwikkelen waarin ook de christelijke traditie op een eigen manier wordt waargenomen. Door middel van een correlationel praxis van wederzijdse toegankelijkheid kunnen christelijke gemeenschappen en mensen met een beperking tot wederzijds begrip komen en participatie van mensen met een handicap in de christelijke gemeenschap mogelijk maken.
|
Meer dan één wereld te winnen: participatie van mensen met een handicap in de christelijke gemeenschap
|
Theology
| 818
|
c:vabb:270786
|
Kleine en middelgrote ondernemingen zijn de laatste jaren een gegeerd studieobject gebleken. KMO’s danken die aandacht aan een geleidelijke herwaardering van het kleinschalig ondernemerschap. De groeiende aandacht straalt echter niet in gelijke mate op alle domeinen van het KMO-bedrijfsbeheer af. Onderzoek naar personeelsbeleid in of ‘op maat van’ KMO’s is schaars. Het VIONA-project Personeelsbeleid in KMO’s: een onderzoek naar de kenmerken van een effectief KMO-personeelsbeleid vult deze leemte op. Dit onderzoek verschaft inzicht in de wijze waarop het personeelsbeleid vandaag vorm krijgt in de Vlaamse KMO’s (10-99 werknemers). Hoe worden werving, selectie, opleiding, loopbaanbeleid, taakontwerp, beloning, inspraak, enz. georganiseerd in KMO’s? Zijn er verschillen tussen bepaalde types KMO’s? Hoe staan KMO’s tegenover het overheidsbeleid? Tevens werd in dit project uitgebreid aandacht besteed aan de effecten van het gevoerde personeelsmanagement. Hierbij is o.a. onderzocht of de wijze waarop KMO’s het personeelsbeleid vorm geven, gerelateerd kan worden aan verschillen in termen van bedrijfsperformantie. De resultaten van dit onderzoek vonden hun weerslag in een reeks van negen cahiers.
|
Personeelsbeleid in KMO’s: een onderzoek naar de kenmerken van een effectief KMO-personeelsbeleid. Cahier 1: Wat weten we over KMO’s en over personeelsbeleid in KMO’s?
|
Sociology
| 719
|
c:vabb:346265
|
Op 20 juni 2013 besliste het Gentse hof van beroep dat de leden van een feitelijke carnavalsvereniging uit Aalst zelf moeten instaan voor de schade die ontstaan is na het uitbranden van een opslagplaats ten gevolge van een defecte tractor. Ze worden aansprakelijk gesteld omdat hun vereniging een ‘feitelijke vereniging’ zonder rechtspersoonlijkheid is, die niet over de benodigde verzekeringen beschikte. Dit arrest toont het precair statuut aan van de leden van een feitelijke vereniging in een aansprakelijkheidsprocedure.
|
Het Carnavalsdrama in Aalst - Leden van een feitelijke vereniging zelf aansprakelijk voor schade na brand
|
Law
| 3,259
|
c:vabb:376920
|
Aan welke eisen moet een toekomstig jeugdsanctierecht voldoen? Een antwoord kan gevonden worden in een aantal internationale normen (Verenigde Naties,Europese Unie)waaraan de Belgische (federale) wetgever moet voldoen.Naast juridische,zijn er ook pedagogische vereisten om tot kindvriedelijke peocedures te komen.
|
De toekomst van het jeugdbeschermingssysteem (bis). Naar een jeugdsanctierecht in lijn met internationale normen.
|
Criminology
| 4,163
|
c:vabb:272034
|
Een competentiegerichte leeromgeving ontwerpen vraagt veel creativiteit en inspanning. Als die dan eindelijk af is, kijk je er misschien enorm tegen op dat je daar nu ook nog eens een evaluatievorm voor moet bedenken. Misschien is dit ook niet de beste aanpak... Als je start met het uitdenken van het assessment, zowel in zijn formatieve als in zijn summatieve componenten, dan vloeien daar automatisch al heel wat leertaken uit. Als je je assessment slim ontwerpt, dan ondersteunt dit immers het competentiegericht leren, en krijgt meteen de leeromgeving al een stukje vorm. Als je je dan vervolgens afvraagt hoe je de pre-, de zuivere, en de post-assessment-effecten in positieve zin kan aanwenden en kan maximaliseren, dan zal je merken dat het vanzelf helder wordt hoe je leeromgeving daar het beste op aansluit. Maar hoe begin je dan aan dat competentiegericht assessment? In wat volgt, proberen we hiervoor een aantal aandachtspunten en mogelijkheden aan te reiken die gaan van validiteit en transparantie, over formatieve evaluatie en uitdagende taken, tot self-, peer-, co-assessment en de triangulatiemethodiek.
|
Assessment bij competentieleren
|
Educational Sciences
| 787
|
c:vabb:370392
|
In de voorliggende bijdrage ga ik nader in op de vraag welke rol weggelegd is voor de terminologie in het medische domein. Hierbij gebruik ik de term ‘terminologie’ in de twee mogelijke betekenissen, namelijk (1) als de discipline die zich bezig houdt met het onderzoek naar begrippen en termvorming in de diverse kennisdomeinen, en (2) als het gestructureerde geheel van begrippen en hun communicatieve benamingen (d.w.z. termen als empirische objecten) van één vakgebied (Cabré 1998). Mijn bijdrage vertrekt van het artikel In Quest of a Profile: Portrait of a Terminologist as a Young Sublanguage Expert (Martin 2006) waarin aan de hand van een aantal stellingen de vorming en de vaardigheden van de aspirant-terminoloog en -terminograaf onder de loep genomen en een reeks conclusies geformuleerd worden. In de volgende uiteenzetting toets ik de toepasselijkheid van een tweetal conclusies die me relevant lijken ten aanzien van het medische domein. Het betreft meer bepaald de vaststellingen die het belang onderstrepen van (1) de theoretische én praktische subtalige kennis voor vertalers en terminologen/terminografen en van (2) de interdisciplinariteit in de terminografie. Ik ga eerst nader in op het begrip ‘medische subtaal’ en het belang van subtalige competentie voor vertalers en terminologen/terminografen in het medische domein. Vervolgens gaat mijn aandacht naar de medische terminografie, waarvan ik aan de hand van medische classificaties enkele in de gegeven context relevante aspecten belicht.
|
Terminologie en de rol van het medisch domein
|
Linguistics
| 3,744
|
c:vabb:290853
|
De christelijke geloofstraditie stelt Jezus Christus voor als unieke en universele heiland van de mensheid. Getuigt deze bewering niet van een verregaande arrogantie tegenover andere religieuze tradities en hun stichters? Wat betekent het te zeggen dat in andere religies ‘sporen van heil’ te vinden zijn? Stemt de christelijke heilsvisie overeen met die van de andere religies? En hoe kan een man uit een vervlogen tijd heil betekenen voor de hedendaagse mens? Concrete ontmoetingen met ‘andersgelovigen,’ een rijker begrip van andere religies en culturen, maar ook het onbegrip en de onverdraagzaamheid die deze ontmoetingen met zich mee kunnen brengen, dagen christenen vandaag uit tot heils-reflectie. Door ruimte te geven aan een verscheidenheid aan theologische perspectieven wil LOGOS V nadenken over deze en andere vragen rond de centrale plaats die Christus inneemt in het christendom, en de relatie tussen Christus en de heilsfiguren uit andere religieuze tradities.
|
Sporen van heil. Christus in een multireligieuze wereld
|
Theology
| 1,163
|
c:vabb:295330
|
De eerste openbare stedelijke groenzones (parken, squares, etc.) werden niet aangelegd voor de sociaal lagere bevolkingsgroepen: tot op zekere hoogte waren het ‘exclusieve’ ruimten, afgestemd op gebruik door de burgerij. In de internationale literatuur wordt erop gewezen dat stadsbesturen rond 1900 steeds meer aandacht kregen voor hun arbeidersbevolking, waardoor de stedelijke groenzones ‘inclusiever’ werden: er werden speciale voorzieningen aangelegd voor arbeiderskinderen (zoals speeltuinen), arbeiderswijken werden voorzien van parkjes, etc. Dit artikel biedt een analyse van het stadsnatuurbeleid van de provinciestad Leuven (Vlaams-Brabant), en toont aan dat de overgang van het exclusieve naar het inclusieve paradigma niet absoluut hoefde te zijn: ‘exlusivistische’ opvattingen over openbare groenzones konden zelfs na de Eerste Wereldoorlog nog werkzaam zijn, en bovendien kon de implementatie van het ‘inclusieve’ paradigma leiden tot politieke dissensus.
|
Van 'cité martyre' naar 'stad der bloemen'. Stadsnatuurbeleid in Leuven tijdens het interbellum
|
History
| 1,367
|
c:vabb:302232
|
Zondag 25 mei 1141, de Octaaf van Pinksteren, had te Sens een bijeenkomst plaats die misschien meer inkt heeft doen vloeien dan om het even welke andere gebeurtenis tijdens de aan omwentelingen toch al zo rijke twaalfde eeuw. Nochtans blijft alle aandacht voortdurend gericht op wat als de belangrijkste gebeurtenis van die dag wordt beschouwd: de veroordeling door een kerkelijke rechtbank van de leerstellingen van Petrus Abaelardus en de rol die Bernardus van Clairvaux hierbij heeft gespeeld. De theologische implicaties van dit conflict zijn lang en breed uitgesponnen en hebben al herhaaldelijk tot de verzuchtingen geleid dat alles zo heel anders had kunnen verlopen wanneer beide opponenten wat meer oog voor elkanders nuances hadden gehad. In tegenstelling tot de traditionle opvatting lijken politieke factoren wel eens een doorslaggevende invloed te hebben gehad. De aandacht is tot op heden te veel bij het theologische dispuut blijven hangen. De tijd lijkt dan ook aangebroken om nog dieper door te dringen in de verwikkelingen die geleid hebben tot de gebeurtenis zelf en tot de afwikkeling zoals zij gekend is. Nadat wij ons elders gebogen hebben over de persoonlijke drijfveren die Bernardus en Abaelardus wel tegenover elkaar moesten plaatsen alsook over de juridische grondslagen van de gevolgde procedure, wil dit artikel proberen om de politieke achtergronden nog verder uit te diepen, maar dan vanuit een tamelijk onverwachte invalshoek: de kathedraal te Sens, St.Étienne zelf.
|
Lapides vivi et rationabiles : de architecturale context voor de botsing te Sens
|
Linguistics
| 1,544
|
c:vabb:541043
|
In het voorjaar van 2019 hielden jongeren in vele steden in Europa klimaatmarsen. De klimaatbetogers eisten onder meer méér respect voor wetenschappelijke inzichten in klimaatverandering en wezen naar wetenschappers om beleidsmakers te adviseren over oplossingsrichtingen. Sinds het voorjaar van 2019 kunnen we niet zeggen dat er in België/Vlaanderen beleidsmatig grote doorbraken zijn gekomen, tot frustratie van de klimaatbetogers. Terwijl er op het Europese niveau wel ambitieus beleid wordt ontwikkeld, met onder meer het EU Climate Target Plan en de EU Green deal, hinkt België/Vlaanderen achterop. Dit hoofdstuk gaat in op de vraag waarom het klimaatprobleem erkennen en oplossen zo moeilijk blijkt.
|
Waarom het klimaatprobleem erkennen en oplossen zo moeilijk blijft : een sociaal-wetenschappelijke poging tot antwoord
|
Sociology
| 8,667
|
c:vabb:387161
|
Hoofdstuk over de zeer geleidelijke vernederlandsing bij de scoutsgroep van het Antwerpse jezuïetencollege.
|
Taal: Frans-Nederlands
|
History
| 4,535
|
c:vabb:369920
|
'In dit hoofdstuk wordt, vertrekkende vanuit een veelgebruikt politicologisch concept van democratie, een kritisch historisch overzicht gegeven van democratiseringsprocessen in de wereld. Vervolgens wordt stilgestaan bij de wijze waarop democratiseringsprocessen kunnen worden gemeten.'
|
'Democratisering in België: Een verhaal zonder einde'
|
Philosophy
| 3,720
|
c:vabb:510961
|
Met de overkapping van de ring komen nieuwe opportuniteiten vrij. Voor de onderbouw, voor de bovenbouw, voor de aanliggende wijken. De uitdaging voor de bouwheer is om de ‘grote verbinding’ niet enkel vanuit een infrastructurele dimensie te benaderen, maar ook vanuit een maatschappelijk-culturele dimensie. De langdurigheid van de werf is hierbij een kwaliteit om processen van (culturele) toe-eigening tot stand te laten komen, lokale baten te genereren en een duurzaam draagvlak waar te maken eerder dan als een hinderende werf ervaren te worden.Het onderzoeksproject Cultural Brokerage bracht 123 (lokale) actoren en 67 internationale voorbeeldpraktijken van ruimtelijke en culturele toe-eigening in kaart, op basis van hun toepasbaarheid in een context van langdurige werf. Gerangschikt volgens alfabet zijn deze referenties integraal terug te vinden in bijlage, een selectie wordt behandeld in dit begeleidend rapport. De inventaris vertrekt vanuit de principes van het ‘verzoenen’, ‘plaats maken’ en ‘memorie maken’. Onder ‘verzoenen’ worden tijdelijke en gerichte acties verstaan die als doel hebben potentiële knelpunten tussen werf en wijk te ontzenuwen en lokale noden te anticiperen. Het ‘plaats maken’ is gericht op het uitzetten van sociale en ruimtelijke ankers voor de toe-eigening van een continu veranderend landschap. De inventaris reikt daarnaast ook voorbeelden aan die een geheugenfunctie installeren als katalysator bij het totstandkomen van nieuwe identiteiten (memorie maken).Het rapport volgt de structuur van het gelopen traject met tussentijdse ‘foresight sessions’ waarin opdrachtgever Lantis met de Design Sciences Hub in dialoog trad. Frederik Vandyck coördineerde het onderzoek in overleg met Alexander D’Hooghe en Sven Verbruggen. Marc Jacobs, Marleen Goethals en Johan de Walsche brachten kennis aan vanuit hun respectievelijke achtergronden inzake ‘memorie maken’, ‘verzoenen’ en ‘plaats maken’.
|
Cultural brokerage : inventaris van (inter)nationale voorbeeldpraktijken van culturele en ruimtelijke toe-eigeningsprocessen van ruimte in transitie
|
Art History
| 7,764
|
c:vabb:326114
|
Het opstellen van een commercieel budget is geen sinecure. Het vergt heel wat inzicht en kunde om een sluitend en goed onderbouwd verkoop- en marketingbudget op te stellen. Iedere commercieel verantwoordelijke ondervindt dagelijks het belang van een gefundeerd commercieel budget. De bedrijfsleiding beseft dat het commercieel plan en budget de fundamenten zijn van de bedrijfsvoering.
Commercieel budgetteren toegepast biedt een uitgebreide en praktische leidraad om professioneel een commercieel budget op te maken. Niet alleen wordt een stevig theoretisch kader m.b.t. commerciële budgettering aangereikt, de auteurs beschrijven een stappenplan hoe u in de praktijk een werkbaar commercieel budget kunt uitwerken aan de hand van concreet en gefundeerd cijfermateriaal.
In dit handboek vindt u bovendien oefeningen om stap voor stap tot een geïntegreerd commercieel budget te komen. Deze oefeningen, aangevuld met rekenbladtoepassingen en onlinetoetsen (op http://commercieelbudgetteren.intersentia.be), maken het boek bij uitstek geschikt voor de professionele bacheloropleiding.
Dankzij vele tips en voorbeelden vormt het een handige checklist voor de bedrijfsleider en voor alle geïnteresseerden die zich willen verdiepen in een gezonde economische bedrijfsvoering.
|
Commercieel Budgetteren
|
Economics & Business
| 2,297
|
c:vabb:424460
|
Deze bijdrage gaat in op de implementatie van lokaal veiligheidsbeleid en focust daarbij in het bijzonder op de implementatie van lokale veiligheidsplannen. Hoewel criminologische literatuur, en in het bijzonder studies naar veiligheidsbeleid, nuttige inzichten bieden over de implementatie van veiligheidsbeleid op lokaal niveau, blijkt er geen samenhangende lijst van beïnvloedende factoren beschikbaar op grond waarvan hypothesen afgeleid kunnen worden. Deze bijdrage tracht hieraan tegemoet te komen door de presentatie van een theoretisch kader dat bestaat uit zes clusters van factoren waarvan de literatuur veronderstelt dat ze de afhankelijke variabele ‘beleidsoutput’ kunnen beïnvloeden, nl. (1) factoren gerelateerd aan de beleidsvoorbereiding, (2) factoren gerelateerd aan de inhoud van het te implementeren beleid, (3) factoren op organisatieniveau, (4) factoren gerelateerd aan personen belast met de beleidsuitvoering, (5) factoren gerelateerd aan de samenwerking tussen organisaties betrokken in de implementatie van beleid en (6) contextuele factoren. Dit kader laat toe om de implementatie van lokaal veiligheidsbeleid meer systematisch te onderzoeken met de focus op die factoren waarvan eerder werd aangetoond dat ze implementatie beïnvloeden. Daarnaast gaat deze bijdrage in op het belang van een normatief kader voor de studie van de implementatie van het veiligheidsbeleid op lokaal niveau. Daarbij wordt een voorstel gedaan van indeling in relevante evaluatieve criteria. Tot slot worden enkele suggesties voor toekomstig onderzoek geformuleerd.
|
De implementatie van lokaal veiligheidsbeleid: op zoek naar een theoretisch kader
|
Criminology
| 5,829
|
c:vabb:210260
|
De lezing is een aanzet tot een semantiekstudie van de Amerikaanse literatuurgeschiedschrijving tijdens de 20e eeuw vanuit systeem-theoretische hoek. De analyse baseert zich op een selectief corpus van literatuurgeschiedenissen die minstens twee kenmerken delen. Vooreerst zijn ze alle in groot samenwerkingsverband ontstaan. In tweede instantie maken ze (al dan niet expliciet) aanspraak op omvattendheid. Beide kenmerken brengen specifieke problemen met zich mee, zoals de verdeeldheid/eensgezindheid tussen de auteurs wat betreft de articulatie van het eigen profiel enerzijds en de afbakening van het corpus anderzijds. Op basis hiervan wordt een dubbele vraagstelling ontwikkeld. Hoe wordt, enerzijds, de Amerikaanse literatuur in de geselecteerde werken gedefinieerd? Anderzijds, hoe profileert de literatuurgeschiedschrijving zich op die manier als zelfstandige discipline met een specifieke logica? Die dubbele vraagstelling wordt gekoppeld aan een reflectie over de manier waarop het autonomiebegrip binnen de hedendaagse literatuursociologie (en in het bijzonder de systeemtheorie) gearticuleerd wordt. Hoe moet de eenheid van de Amerikaanse literatuur(geschiedschrijving) gedacht worden? Welke functie heeft zij te vervullen gezien het pluralisme van de Amerikaanse maatschappij en haar complexe verhouding tot de internationale context?
|
De autonomisering van de Amerikaanse literatuurgeschiedschrijving – een systemische benadering
|
Linguistics
| 622
|
c:vabb:270831
|
Wie kan zich nog een sportevenement voorstellen dat niet gesponsord wordt? Wie kan zich nog een sportsponsor voorstellen die niet communiceert dat hij sponsor is? Niet alleen sportsponsoring, maar ook (en vooral) de communicatie eromheen is een vakgebied op zich geworden. Een gedreven communicatiemanager dient dan ook niet alleen onderlegd te zijn in het selecteren van te sponsoren objecten, maar evenzeer in hospitality, persbenadering, crisiscommunicatie, reclame, direct marketing en sales promotions. tot slot mag een onderzoek naar de effectiviteit van de sponsoronderneming niet ontbreken in zijn of haar takenpakket. Sportcommunicatie: tactiek en techniek biedt een volledig inzicht in de toegenomen complexiteit en verschillende invalshoeken van sportcommuncatie. De theorie van sportcommunicatie wordt daarbij voortdurend getoetst aan de Nederlandse en Belgische dagelijkse sportpraktijk, en wel in de vorm van een grote hoeveelheid sportcases.
|
Sportcommunicatie: tactiek en techniek
|
Social Health Sciences
| 720
|
c:vabb:426882
|
De Zelf-Determinatie Theorie stelt dat mensen – naast hun fysieke behoeften – ook drie essentiële psychologische basisbehoeften hebben: de behoefte aan Autonomie, Betrokkenheid en Competentie (ABC). Wanneer deze behoeften vervuld zijn, zijn
medewerkers kwalitatief goed gemotiveerd, voelen ze zich goed
in hun vel en presteren ze beter. Op basis van 119 verschillende studies presenteert deze meta-analyse evidentie voor de gevolgen van de basisbehoeften, hun oorzaken en het belang van elk van de basisbehoeften als afzonderlijke vitamines voor optimaal functioneren.
|
De basisbehoeften van de Zelf- Determinatie Theorie: een samenvatting van de literatuur
|
Economics & Business
| 5,895
|
c:vabb:141740
|
In de vorige artikels werd de lezer wegwijs gemaakt in achtereenvolgens de ontwikkeling van een PICO bij een klinisch probleem, de trapsgewijze electronische zoektocht naar bruikbare literatuur en ten slotte de kritische beoordeling van de opbrengst ervan. Hierbij hebben de auteurs getracht de nodige theoretische basis of achtergrond aan te dragen om de verschillende stappen gemakkelijke te kunnen volgen en de nodige vaardigheden in te oefenen. Dit laatste artikel van de reeks toont waarmee de huisarts rekening moe houden wanneer hij de gevonden evidentie wil toepassen op de individuele patiënt.
|
Is galantamine een waardevolle aanwinst voor de behandeling van dementie? De patiënt temidden van de evidentie
|
Social Health Sciences
| 7
|
c:vabb:396843
|
In april 2013 installeerde de vorige regering Di Rupo een twaalfkoppige Commissie Pensioenhervorming 2020-2040 (CPH). De zoveelste commissie, dan nog hoofdzakelijk bevolkt door academici? Als dat maar goed komt, dachten sommigen. De opdracht van de commissie was niet min: nieuwe pensioenhervormingen voorbereiden die de sociale en financiële duurzaamheid van onze pensioenstelsels verder versterken. Het rapport van de commissie ligt nu voor.
|
Onze pensioenen opnieuw vorm geven
|
Political Sciences
| 5,098
|
c:vabb:347298
|
Competentieontwikkeling kreeg de voorbije jaren een centrale positie in het Vlaamse arbeidsmarktbeleid. Inzetbaarheid van werknemers op korte en lange termijn is immers essentieel voor een competitieve arbeidsmarkt. POP’s of persoonlijke ontwikkelingsplannen zijn instrumenten die hieraan moeten bijdragen. Maar waar gaat het bij een POP nu eigenlijk om?
|
Persoonlijke ontwikkelingsplannen in Vlaanderen: waar gaat het om?
|
Educational Sciences
| 3,292
|
c:vabb:541590
|
Samenvatting Tussen 2009 en 2015 ging aan de Universiteit Gent een grootschalig, longitudinaal on-derzoek van start naar studeren met dyslexie in het hoger. Het doel was een breed beeld te krijgen van studenten met dyslexie die starten in het hoger onderwijs in Vlaanderen. Daarnaast werden deze studenten gedurende 3 academiejaren gemonitord om een be-ter beeld te krijgen van hun studievoortgang en studieresultaten. Als groep presteerden de studenten met dyslexie vaak lager dan de studenten zonder dyslexie, vooral voor lezen en spellen. Spelling was meer aangedaan dan lezen. Daar-naast hadden studenten met dyslexie een lagere verwerkingssnelheid dan studenten zonder dyslexie. Studenten met dyslexie hadden ook meer tijd nodig om verbale infor-matie uit hun langetermijngeheugen op te roepen (bijvoorbeeld eenvoudige rekenfei-ten) dan studenten zonder dyslexie. Wat (vloeiende) intelligentie betreft werd er geen verschil gevonden tussen beide groepen. Wat de slaagcijfers betreft, behaalden 70% van de controlestudenten tegenover 57% van de studenten met dyslexie na drie jaar een bachelordiploma. Echter bleek dit ver-schil niet significant. Daarnaast zagen we bij studenten met dyslexie wel significant ho-gere dropoutcijfers in vergelijking met studenten zonder dyslexie. Studenten met dys-lexie hadden een verhoogde kans om tijdens het academiejaar hun studierichting af te breken en/of van richting te veranderen. Momenteel wordt onderzocht welke factoren hiervoor verantwoordelijk zijn. Een belangrijke bevinding van deze studie blijft dat studenten met dyslexie onte-gensprekelijk voor extra uitdagingen staan maar dat verder studeren ook voor hen zeker een haalbare kaart is. Studenten met dyslexie zijn dan ook gebaat bij een goede studie-keuzebegeleiding en voorbereiding van hun transitie van het secundair naar het hoger onderwijs.
|
Slagen met dyslexie in het hoger onderwijs
|
Social Health Sciences
| 8,709
|
c:vabb:304163
|
In het cijferboek Lokaal Cultuurbeleid vindt u gegevens over het lokaal cultuurbeleid. Op basis van een omvangrijke enquete bij de cultuurdiensten werden cijfers, getallen en aantallen verzameld. Dit levert heel wat kwantitatieve gegeens op in verband met het gemeentelijk cultuurbeleid,die waar mogelijk worden toegelicht en in verband worden gebracht met maatschappelijke beleidsontwikkelingen. Op deze manier wil het cijferboek een bijdrage leveren aan de verdere uitbouw van een gemeentelijk cultuurbeleid.
|
Cijferboek Lokaal Cultuurbeleid 2008-2010
|
Educational Sciences
| 1,750
|
c:vabb:435544
|
Wicked issues, problemen met onduidelijke probleemdefinities, oplossingen en een warrig stakeholdersveld, vragen om radicale innovaties in zowel de overheid als de samenleving. Deze innovaties zouden het speelveld, het beleid en de beleidsprocessen rigoureus moeten veranderen. De vraag blijft hoe een overheid dergelijke behoeften en verwachtingen het best kan managen. Deze praktijkbijdrage introduceert een poging van
de Vlaamse overheid om een dergelijke verandering te sturen. Ze hanteert hierbij een transitiemanagementaanpak om de samenleving en zichzelf voor te bereiden op grootschalige veranderingen in de toekomst. Het artikel focust op de acties vanuit de Vlaamse overheid om een structuur op te bouwen die radicale innovatie en
stakeholderbetrokkenheid in dit proces mogelijk maakt. We beschrijven het proces, zetten de theoretische achtergrond van transitiemanagement uiteen en gaan in op de problemen en conflicten die naar voren kwamen tijdens het proces.
|
Transitiemanagement in Vlaanderen - Het faciliteren van disruptieve verandering en radicale innovatie
|
Political Sciences
| 6,055
|
c:vabb:464651
|
Volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie moeten alle 24 authentieke taalversies van het EU-recht uniform worden uitgelegd. Nationale rechters en particulieren mogen dus niet vertrouwen op hun eigen taalversie alleen, maar moeten ook andere versies raadplegen. Een eerste methodologische vraag die in dat verband rijst is op welke wijze met deze taalkundige uitdaging in de praktijk wordt omgegaan. Een tweede meer fundamentele vraag is of dit “relatieve” vertrouwen in de eigen taalversie niet op (al te) gespannen voet staat met de beginselen van rechtszekerheid en legaliteit. In deze bijdrage wordt onder meer gepleit voor de invoering van het principe dat een foute taalversie van EU-recht niet mag worden tegengeworpen aan particulieren, met name op het vlak van het strafrecht.
|
Is een touw een ketting? De relatieve rechtszekerheid van de eigen taalversie in het EU-recht
|
Law
| 6,687
|
c:vabb:173680
|
De auteurs bespreken de argumenten pro en contra orgaanhandel. Tegelijk bespreken ze mogelijke alternatieven.
|
Orgaanhandel. Lichaam en geest verstoord?
|
Philosophy
| 379
|
c:vabb:156546
|
De dood stelt alles wat voorheen als vanzelfsprekend leek in vraag. Overtuigingen en zekerheden worden aan het wankelen gebracht. De ontreddering van de eerste leerlingen moet groot geweest zijn toen zij hun Meester aan het kruis genageld zagen. Op Goede Vrijdag vieren en herdenken christengemeenschappen de vernederende kruisdood van Jezus. Tijdens de dienst lezen ze het Passieverhaal volgens Johannes. In dit boek onderzoeken beide auteurs de betekenis die de evangelist Johannes aan de kruisdood van Jezus in zijn evangelieboek toekent. Een vreemde paradox kenmerkt het evangelie vanaf het begin. Temidden van alle geweld, onrecht en vernedering dat Jezus wordt aangedaan, blijft hij zijn waardigheid als Zoon van God bewaren. Zijn kruisdood betekent een bron van eeuwig leven voor al wie tot geloof in hem komt. Het kruis wordt voor de christen een teken van eeuwig leven.
|
Leven ondanks dood. Het passieverhaal volgens Johannes
|
Theology
| 47
|
c:vabb:467668
|
In België en Nederland zal in de toekomst de output van een kleiner aantal werkenden gedeeld moeten worden met steeds meer gepensioneerden. Al het overige gelijk, daalt hierdoor de gemiddelde jaarlijkse economische groei per hoofd van de bevolking naar schatting met 0,4 à 0,5 procentpunt in de komende 25 jaar. Kunnen gezinnen en bedrijven dit ongunstige gevolg van de demografische verandering compenseren via gedragsveranderingen?
|
Macro-economische effecten van demografische verandering in België
|
Economics & Business
| 6,755
|
c:vabb:314545
|
In dit artikel wil ik enkele bedenkingen maken bij het artikel van professor Patrick Loobuyck 'Levensbeschouwelijk onderwijs in België, over de noodzakelijkheid van een eenheidsvak over levensbeschouwing en filosofie', dat in december 2010 gepubliceerd werd in Narthex (jrg. 10, nr. 6). Loobuyck's positie komt erop neer dat het levensbeschouwelijk geëngageerd zijn niet aan de orde mag komen in het klassendiscours. Echter, een pleidooi voor onderwijs 'over' levensbeschouwingen vergeet gemakkelijk dat het zélf ook een particuliere levensbeschouwelijke positie inneemt, namelijk de helikopterpositie die neutraliteit gaat claimen. Het gevaar is niet klein dat alle andere godsdiensten en levensbeschouwingen op één hoop worden gegooid als vergelijkbare en uitwisselbare alternatieven. Op die manier wordt het eenheidsvak over levensbeschouwing en filosofie zelf een nieuwe vorm van exclusivisme ten opzichte van ieder die zich levensbeschouwelijk geëngageerd weet en voor wie het niet om het even is wat men gelooft en waarin het geloof niet zomaar inwisselbaar is voor een ander perspectief. Men zou voor minder twijfelen aan de noodzakelijkheid van zo'n eenheidsvak.
|
Noodzakelijk engagement
|
Educational Sciences
| 1,981
|
c:vabb:330110
|
Jaarlijks worden er talrijke onderwijsinnovaties in klassen en scholen geïmplementeerd. Dit gebeurt vaak door leraren en directies die nieuwe ideeën in de praktijk willen brengen. Oude initiatieven worden vervangen of afgeschaft terwijl nieuwe initiatieven hun ingang vinden. Uiteraard is de overtuiging dat de vernieuwingen het onderwijs ten goede zullen komen. Helaas is er daar vaak maar weinig bewijskracht voor, behalve het idee dat het nieuwe ‘beter’ is. Evidence-based onderwijs wil hier verandering in brengen. Evidence-based onderwijs of evidence-based education (EBE) betekent dat in het onderwijs zoveel als mogelijk gebruik gemaakt wordt van kennis uit wetenschappelijk onderzoek en op onderzoek gebaseerde methodes (Davies, 1999; Maes et al., 2012; Onderwijsraad, 2006). Het wil op systematische wijze onderzoeken ‘wat werkt’. Initiatieven die blijken te werken, of gewerkt hebben in eerdere studies, worden ingevoerd en veralgemeend. Initiatieven die na onderzoek niet blijken te werken, worden aangepast of stopgezet. Veelbelovende initiatieven die nog onvoldoende onderzocht zijn, worden uitgeprobeerd en grondig geëvalueerd.
|
Intuitie of onderzoek? Mogelijkheden en beperkingen van evidence-based onderwijs
|
Educational Sciences
| 2,471
|
c:vabb:386931
|
Om onderwezen te kunnen worden, hebben leerlingen vaardigheid in de schooltaal nodig. Hoe kan de school die vaardigheid opbouwen bij leerlingen die die vaardigheid niet van huis uit meebrengen?
|
Op zoek naar de taalvaardigheid die het onderwijs vereist
|
Linguistics
| 4,525
|
c:vabb:303899
|
Dit artikel bespreekt de evolutie van 30 jaar jeugdbeschermingsrecht,met oog voor de problemen en kritieken die daarmee gepaard gingen.
|
Niets is wat het lijkt in de jeugdbescherming.Een redelijk eigenzinnige kijk op 30 jaar jeugdbeschermingsrecht.
|
Criminology
| 1,658
|
c:vabb:539580
|
Sinds de middeleeuwen heeft het deltagebied aan de Noordzee een gedeelde naam: de Lage Landen. Ze waren het slagveld voor alle grote Europese oorlogen, ze waren al vroeg vermaard om hun bloeiende handelseconomieën, maar een staatkundige eenheid heeft er nooit willen beklijven. In deze nieuwe blik op de rijke politieke geschiedenis van deze gebieden, blijkt dat de politieke culturen van Nederland en België teruggaan op een gedeelde traditie, waarin enerzijds de eigenheid wordt verdedigd en anderzijds moet worden samengewerkt. Hoe er in de afgelopen zes eeuwen verschillende oplossingen groeiden voor die samenwerking, is wat dit boek onderzoekt. Het Noorden is vooral gericht op gezag en goed bestuur, en zoekt nog altijd door overleg naar consensus. Het Zuiden functioneert door oppositie en conflict, en vindt vanuit verdeeldheid het compromis. Deze dynamieken verklaren een fundamenteel andere verhouding tot hun overheden.
|
De Lage Landen: een geschiedenis voor vandaag
|
History
| 8,551
|
c:vabb:407796
|
Kwaliteitsvolle vroegtijdige zorgplanning en levenseindezorg krijgen steeds meer aandacht binnen de eerste lijn. Ook in het woonzorgcentrum (WZC) kan vroegtijdige zorgplanning waardevol zijn, indien het juist wordt gehanteerd. In dit onderzoek wordt de implementatie van vroegtijdige zorgplanning in een woonzorgcentrum nagegaan aan de hand van volgende onderzoeksvragen: welke zorgafspraken worden vroegtijdig vastgelegd? Welke ingrijpende en levenseindebeslissingen worden genomen aan het levenseinde? Is er congruentie tussen vastgelegde afspraken en uitgevoerde levenseindezorg? Uit de resultaten blijkt dat de meerderheid van de WZC-bewoners in aanraking komt met vroegtijdige zorgplanning. Toch zijn er nog hiaten binnen de initiatie, de documentatie, het procesmatige verloop en de communicatie van vroegtijdige zorgplanning.
|
Vroegtijdige zorgplanning in een woonzorgcentrum. Analyse van implementatie en zorginhoud
|
Social Health Sciences
| 5,400
|
c:vabb:293534
|
Onderzoek toont aan dat er een duidelijke groei van het aantal inspraakmechanismen- en participatiearrangementen kan worden waargenomen in verschillende landen. Kenmerkend aan het Belgische bestel is dat deze inspraakprocessen vooral verlopen via formeel geïnstitutionaliseerde adviesraden. Ondanks het belang van de adviesraden als inspraak- en participatiearrangement bij uitstek, is er echter weinig gekend over de werking van deze organen in Vlaanderen. Dit artikel levert een bijdrage aan de reeds bestaande wetenschappelijke kennis over inspraakarrangementen in het algemeen en over de werking van adviesorganen binnen de Vlaamse overheid in het bijzonder. We analyseren die werking en maken hiervoor gebruik van een schriftelijk survey-onderzoek bij de leden van de adviesraden. De resultaten die in deze bijdrage worden besproken, hebben betrekking op aspecten uit de throughput-fase van het adviesproces. In onze analyse stellen we vast dat de strategische adviesraden voor de invulling van aspecten zoals consensus, facilitatoren en transparantie de juiste keuzes blijken te maken volgens de leden. Aan aspecten zoals betrokkenheid, en feedback en verantwoording dient dan weer meer aandacht te worden besteed. Een optimalisatie van deze aspecten door de adviesraden of de overheid zou ook de effectiviteit van de throughput-fase van het adviesproces kunnen verhogen
|
De werking van de Vlaamse strategische adviesraden verkend: een zelf-analyse
|
Political Sciences
| 1,315
|
c:vabb:162801
|
Dit artikel beschrijft de resultaten van een Belgisch wetenschappelijk onderzoek naar de toegankelijkheid van de geestelijke gezondheidszorg voor mensen die in armoede leven.
|
De toegankelijkheid van de geestelijke gezondheidszorg: armoe(de) troef
|
Sociology
| 158
|
c:vabb:475230
|
De visie van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen, in de volksmond 'de betonstop' genoemd, botst met de realiteit van het platteland. Uit onze analyse blijkt dat het beleidsplan een sterke stedelijke bias heeft die weinig aansluit bij, in dit geval, de Westhoek.
|
Groeten uit de westhoek
|
Art History
| 6,827
|
c:vabb:494702
|
Op weg naar een activerend preventiebeleid
Ongeveer 35% van ons totale gezondheidszorgbudget gaat naar chronische aandoeningen die relatief eenvoudig te vermijden zijn. In onze overvloedige samenleving is het nu eenmaal eenvoudig om overgewicht of een levensbedreigende chronische aandoening te ontwikkelen. Denk maar aan de opmars van diabetes type 2 of de vele hart- en vaatziekten. De oplossing voor dit probleem is te vinden in een gezondere levensstijl. Niet alleen bespaart een gepaste levensstijl ons allen heel wat geld, die kan bovendien heel wat chronische aandoeningen genezen. Helaas stellen we vast dat maar weinig chronisch zieken op zoek gaan naar ondersteuning. Daarom is er dringend nood aan een efficiënt, duurzaam en activerend preventiesysteem.
Er zijn meer dan genoeg succesverhalen die aantonen hoe preventieve ondersteuning een positieve impact kan hebben op de gezondheid van de bevolking. Nieuwe initiatieven zoals een individueel gezondheidsbudget waarmee effectieve ondersteuning aangekocht kan worden, werken vaak wervend en ruimen de weg voor verdere innovatie. En die innovatie is nodig opdat iedereen een weg vindt naar een gezondere én goedkopere levensstijl.
|
Investeer in en gezonde levensstijl : op weg naar een activerend preventiebeleid
|
Economics & Business
| 7,348
|
c:vabb:341983
|
Inleiding bij themanummer Orde van de dag over schalen en bestellen van de politieorganisatie.
|
Inleiding: wat met de politieschalen en het politiebestel anno 2012 in ons land?
|
Criminology
| 3,060
|
c:vabb:462249
|
Het balanceren van stabiliteit en flexibiliteit om zodoende te kunnen omgaan met de steeds veranderende omgeving lijkt anno 2017 de grootste uitdaging voor overheden. Voortbouwend op onder meer het Vlaams regeerakkoord (2014-2019), stelt de Vlaamse overheid in haar visienota 2050 dat ze wil evolueren naar een innovatieve overheid, met andere woorden een lerende en wendbare overheid. Voortdurende vernieuwing - via samenwerking met andere publieke partners en beleidsdomein- en sectoroverschrijdend werken - staat daarbij centraal. Op die manier kan de overheid beter omgaan met complexe maatschappelijke vraagstukken, grensoverschrijdende crisissen en individualisering (BOURGEOIS 2016). Om dit te bewerkstelligen bekijkt de Vlaamse overheid haar eigen kerntaken en wordt er ingezet op samenwerking met andere actoren via de juiste formules. Mooi geformuleerde ambities, maar de vraag is door welke structuren, processen en cultuur een flexibele, wendbare en innovatieve overheid gekenmerkt moet zijn. Dit artikel gaat allereerst in op de mogelijke betekenis van het woord 'wendbaarheid'. Vervolgens beschrijft het hoe structuren, processen en cultuur kunnen worden ingericht, zodat de Vlaamse overheid kan inzetten op wendbaarheid en zodoende toegerust is voor de toekomst.
|
Wendbare overheid : wat betekent 'wendbaarheid' en waarop zou een overheid moeten inzetten?
|
Political Sciences
| 6,591
|
c:vabb:83305
|
Bijdrage in "Voor verder onderzoek...Essays over de politie en haar rol in onze samenleving"
|
Tussen licht en schaduw...Private politie
|
Criminology
| 9,218
|
c:vabb:425551
|
Het artikel handelt over het belang van het utiliseren van de vergelijkende taalwetenschap van de Afro-Aziatische talen – waartoe het Arabisch behoort – voor het compileren van het historisch woordenboek van de Arabische taal. Vooral de etymologie en de taalcomparatistiek als bepaling van de geschiedenis van de Arabische wortels en stammen staan centraal in deze bijdrage. De studie bevat ook talrijke illustraties voor problematische wortels, leenwoorden en hapaxlegomena.
|
Fī darūrat tawzīf ‘ilm al-luġah al-muqāran fī ta’līf al-mu’ğam al-tārīhī li al-luġah al-‘arabiyyah [= Het belang van de vergelijkende taalwetenschap voor het compileren van het historisch woordenboek der Arabische taal]
|
Linguistics
| 5,849
|
c:vabb:363459
|
Evalueren van het voorkomen, de somatische en mentale comorbiditeit en het rolfunctioneren van personen met hypertensie bij Belgische niet-geïnstitutionaliseerde volwassenen.
Tussen april 2001 en juni 2002 werden 1.043 niet-geïnstitutionaliseerde volwassen Belgen geïnterviewd met de "Composite international diagnostic interview", versie 3.0 (CIDI). Bij de respondenten werden de volgende variabelen vastgesteld: hypertensie, pijncondities, chronische somatische aandoeningen en mentale stoornissen.
De geschatte 12-maandenprevalentie van hypertensie bedraagt 11%. 76% van de respondenten met hypertensie in het afgelopen jaar meldde ook nog het bestaan van pijn (vooral rug- of nekpijn), en 11% beantwoordde ook aan de criteria van een mentale stoornis. Hypertensie zorgde voor een vermindering van 2,3% (ongeveer 0,7 dagen per maand of 8 dagen per jaar) in het dagelijkse rolfunctioneren in vergelijking met respondenten zonder hypertensie.
Hypertensie is een vaak voorkomende aandoening die bij sommige patiënten samen voorkomt met pijnsymptomen en mentale stoornissen. Als algemeen besluit kan gesteld worden dat hypertensie weinig tot geen directe impact heeft op het dagelijkse rolfunctioneren.
|
Mentale en somatische comorbiditeit van hypertensie in de Belgische bevolking
|
Social Health Sciences
| 3,613
|
c:vabb:372285
|
Het ruime gebruik van tussentaal en de groeiende belangstelling voor dialecten (dialectrenaissance) hebben in Vlaanderen al heel wat inkt doen vloeien. Vaak ontstaat daarbij de indruk dat vroeger in het culturele domein nauwelijks tussentaal of dialect voorkwam. In deze bijdrage bespreken we een intrigerend tegenvoorbeeld: het gedicht Liefdeverdriet van Gaston Durnez, gepubliceerd in 1962 en geschreven in een sterk Brabants gekleurde tussentaal. Aan dit unieke gedicht koppelen we een talig experiment. Stel dat we Durnezs tussentaal willen omzetten in het Standaardnederlands, tegen welke ritmische uitdagingen lopen we dan aan?
|
Oekannekik oezegge : ritmische uitdagingen bij de intralinguale vertaling van tussentaal
|
Linguistics
| 3,826
|
c:vabb:442994
|
Luc Peiren, onderzoeker in Amsab-ISG, schreef een turf van een boek, rijkelijk geïllustreerd, over de geschiedenis van de Vlaamse metaalindustrie. De publicatie, IJzersterk, werd voorgesteld op het congres van ABVV-Metaal in Ieper in februari 2018. IJzersterk. De geschiedenis van de Vlaamse metaalindustrie wil de militanten van ABVV-Metaal, maar ook het bredere publiek laten kennismaken met de Vlaamse metaalnijverheid in historisch perspectief. Een verrassend diverse geschiedenis, met een breed gamma aan bedrijfstakken (machinebouw, elektrotechnische nijverheid, non-ferro-industrie, automobielconstructie enz.) en een ongemeen rijke iconografie. Behalve een industrieel luik besteedt de publicatie ook aandacht aan de sociale verdediging van de Vlaamse metaalbewerkers. Voor de beeldredactie putte Amsab-ISG uit zijn eigen rijke collectie en uit verschillende beeldbanken van bedrijfsarchieven, heemkundige kringen, archieven ... over heel Vlaanderen.
|
IJzersterk: De geschiedenis van de Vlaamse metaalindustrie
|
History
| 6,304
|
c:vabb:392362
|
Waar partijen met elkaar strijden, lopen archieven gevaar. Ze lopen de
kans door oorlogsgeweld vernietigd te worden, of door de tegenstander
voor propagandadoeleinden of omwille van gevoelige informatie in beslag
te worden genomen. Maar oorlogshandelingen hebben niet uitsluitend
een verwoestende uitwerking: bestaande archieven kunnen in bescherming
worden genomen, bijvoorbeeld omdat zij de gezagsverhoudingen
legitimeren of de identiteit van een bepaalde groep vorm geven, en
nieuwe archieven worden gevormd. In het kader van naoorlogs rechtsherstel zijn archieven eveneens van groot belang. Ze zijn immers
onmisbaar bij het reconstrueren van gebeurtenissen en zeker ook bij de
verwerking ervan: archieven vormen een beproefd wapen in de strijd
tegen het vergeten en bij het verdedigen van universele mensenrechten.
Er is dus alle reden om te spreken van de macht en onmacht van
archieven in verband met oorlog en rechtsherstel. Dit veertiende jaarboek
van de Stichting Archiefpublicaties is het resultaat van een Vlaams-Nederlandse samenwerking. In negen bijdragen wordt ingegaan
op actuele discussies rond de tweeledige verhouding tussen archieven
en oorlogssituaties. De auteurs laten zien dat het brede thema van de
macht en onmacht van archieven niet exclusief verbonden is met de
grote oorlogen van de twintigste eeuw, maar in feite van alle tijden is.
En meer dan dat: waar mensenrechten in het geding zijn, bieden
archieven tevens een opgave voor de toekomst.
|
Macht en onmacht: de rol van archieven in oorlog en bij rechtsherstel
|
History
| 4,879
|
c:vabb:386658
|
Leraren stellen zich heel wat vragen bij het evalueren van taalcompetenties. De vaakst gestelde vraag die ik als lerarenopleider en nascholer vanwege leraren en studenten krijg, is een “hoe-vraag”: hoe kunnen we het best taalcompetenties evalueren en opvolgen? In dit artikel betoog ik dat die “hoe-vraag” slechts de derde is in een reeks van vier: Waarom willen schoolteams taalcompetenties evalueren? Wat moet er dan precies geëvalueerd worden? Hoe moeten we evalueren? Wat doen we nadien met de resultaten van de evaluatie? De volgorde van de vier basisvragen over taalcompetenties lijkt me vrij dwingend, net als het feit dat schoolteams zich samen moeten beraden over het antwoord dat zij vanuit hun context en pedagogisch project op deze vier vragen formuleren. De uiteindelijke inzet van al de tijd en energie die aan evaluatie wordt besteed is dat het leerproces van de leerling positief wordt bevorderd en dat het onderwijs verbetert. Al de rest is daaraan ondergeschikt.
|
Taalcompetenties evalueren: waarom, wat, hoe, en dan?
|
Linguistics
| 4,518
|
c:vabb:363462
|
Dit artikel beschrijft het gebruik van psychofarmaca bij niet-geïnstitutionaliseerde Belgische volwassenen.
Tussen april 2001 en juni 2002 werden 2 419 personen (18+) in een representatieve steekproef van de Belgische bevolking mondeling geïnterviewd met behulp van het World Mental Health Composite International Diagnostic Interview (WMH-CIDI). Er werd niet enkel de aanwezigheid van mentale stoornissen in de laatste 12 maanden vóór het interview nagegaan, maar ook het gebruik van vier klassen psychofarmaca in diezelfde periode: antidepressiva, anxiolytica, neuroleptica en stemmingsstabilisatoren.
Iets meer dan 19% van de respondenten gebruikte pychotrope medicatie in de afgelopen 12 maanden; een mentale stoornis kwam voor bij 11%. Personen met een stemmingsstoornis gebruikten vaker een psychofarmacon (60%) dan diegenen met een alcoholgerelateerde (53%) of een angststoornis (39%). 39% van de personen met een stemmingsstoornis gebruikte een antidepressivum; 23% van diegenen met een angststoornis gebruikte een anxiolyticum. Binnen de klasse van de antidepressiva werden selectieve serotonineheropnameremmers (SSRI's) het vaakst gebruikt, uitgezonderd bij alcoholgerelateerde stoornissen.
Op basis van deze studie kunnen we stellen dat er in België geen overconsumptie is van psychofarmaca, maar eerder een weinig gedifferentieerd en aspecifiek gebruik ervan.
|
Het gebruik van psychofarmaca in de Belgische bevolking. Resultaten van de European Study on Epidemiology of Mental Disorders (ESEMeD)
|
Social Health Sciences
| 3,615
|
c:vabb:435896
|
De woordenlijst omvat ruim tweeduizend van de meest courante trefwoorden in beide richtingen (Oekraïens-Nederlands; Nederlands-Oekraïens) waarmee een beginner aan de slag kan om zijn/haar basiswoordenschat snel en gericht uit te breiden. De woordenlijst kan als studiemateriaal gebruikt worden door docenten en studenten van de Oekraïense/Nederlandse taal en laat toe om conversaties op te zetten rond alledaagse thema’s zoals eten & drinken, reizen, de natuur en het weer,familie, werk, mens en gezondheid, (sociale) media, winkelen, kleding, dieren, onderwijs, muziek,kunst en sport. De vertalende woordenlijst vormt een aanvulling op het boek ‘Oekraïense Grammatica voor Nederlandstaligen’, terug te vinden op http://www.promoteukraine.org/ukrainian-fordutchspeakers. html.
|
Oekraïense basiswoordenschat voor Nederlandstaligen
|
Political Sciences
| 6,072
|
c:vabb:337858
|
De opbouw van het leerboek illustreert de opzet: een ‘inleiding tot’ en geen ‘overzicht van’. De hoofdstukken zijn opgebouwd rond de grote vragen uit de wereldgeschiedenis: - Een menselijke wereld: Hoe de mens uitgroeide van een bedreigde tot de meest succesvolle soort. - Een natuurlijke wereld: Hoe de natuur de menselijke geschiedenis mee vorm gaf. - Een agrarische wereld: Hoe andbouwsamenlevingen de menselijke geschiedenis een nieuwe wending gaven. - Een politieke wereld: Hoe de mens zich organiseerde in steeds complexere bestuurssystemen. - Een goddelijke wereld: Hoe de mens nieuwe religieuze en culturele zingevingspatronen ontwikkelde. - Een gescheiden wereld: Hoe de voorbije eeuwen de trajecten van het ‘Westen’ en de rest van de wereld uit elkaar liepen. - Een globale wereld: Hoe tegelijkertijd de wereld meer globaler werd. - Een gepolariseerde wereld: Hoe die wereld werd en wordt getekend door divergerende patronen van rijkdom, armoede en ongelijkheid.
|
Wereldgeschiedenis: een inleiding
|
History
| 2,682
|
c:vabb:464420
|
Zwammen zijn bij de meesten onder ons bekend als voedsel voor fijnproevers of een ongewenst neveneffect van vochtproblemen in een gebouw. Dat het ook als organische grondstof voor bouwmaterialen kan dienen, is veel minder bekend. Dit laatste is te danken aan het mycelium, de schimmeldraden die een dicht netwerk vormen onder het aardoppervlak en die het organisme zo stevig verankeren in de ondergrond. In gedroogde vorm is mycelium een water-, brand- en zowaar ook schimmelbestendig materiaal. Door zwammen te kweken in speciale mallen, kan het bijhorende mycelium fungeren als basis voor de creatie van organische, composteerbare bouwstenen. Tegelijk behoudt gedroogd mycelium een zekere elasticiteit, is het bestand tegen extreme temperaturen en kan het zonder problemen geschilderd worden. Het heeft dus alles om uit te groeien tot een volwaardige grondstof voor duurzame bouwproducten. In de mei-editie van het magazine Ik Ga Bouwen en Renoveren lees je in het VIBE-artikel alles over mycellium. Niet alleen over de toepassingen maar ook over de obstakels en over hoe het als veelbelovend bouwmateriaal mooie perspectieven biedt op het vlak van duurzaam bouwen.
|
Zwammen, het bouwmateriaal van de toekomst?
|
Art History
| 6,677
|
c:vabb:419083
|
La Liberté ontstond in 1866 als gevolg van ideologische meningsverschillen in de Gentse vrijmetselaarsloge Le Septentrion. Tot na de Eerste Wereldoorlog profileerde La Liberté zich als een vooruitstrevende en een politiek sterk geëngageerde werkplaats. Haar geschiedenis was aanvankelijk nauw verweven met die van de liberale partij, maar later ontstonden ook banden met de jonge arbeidersbeweging. In Vrijmetselarij en vooruitgang worden de interne organisatie en de rekrutering van deze Franstalige loge belicht in de eerste eeuw van haar bestaan. Daarnaast gaan de auteurs na welke rol zij speelde in het politieke en sociale leven in Gent en daarbuiten. De aandacht gaat daarbij onder meer uit naar het optreden van La Liberté in het kader van de schoolkwestie, haar inspanningen voor de laïcisering van de samenleving en haar houding inzake de positie van het Nederlands in Vlaanderen. Deze studie verschijnt naar aanleiding van de 150e verjaardag van La Liberté.
|
Vrijmetselarij en vooruitgang : de Gentse progressistenloge La Liberté, 1866-1966
|
History
| 5,688
|
c:vabb:168829
|
Ouderen worden door onze samenleving vaak betutteld en in een passieve rol gedrongen. Nochtans hebben de meeste mensen, jong en oud, behoefte aan één of andere vorm van maatschappelijke erkenning en participatie. Voorts blijkt uit het huidige medische denken dat 'betutteling' de gezondheid op hogere leeftijd negatief beïnvloedt. Kunnen we beter ?
|
Veranderende denkpatronen over ouderenzorg: van invalidatie naar revalidatie
|
Social Health Sciences
| 298
|
c:vabb:386991
|
In dit artikel heb ik aangetoond dat de functionele structuur van de onderzochte gekloofde zinnen bestaat uit twee structurele relaties. In de eerste plaats construeren de identificerende, existentiële en possessieve hoofdzinnen het post-verbale complement als een exhaustief gespecificeerde waarde, niet-exhaustief opgesomde waarden of een niet-exhaustief gespecificeerde, kardinaal gekwantificeerde waarde. Het volledige post-verbale complement fungeert dan als antecedent van de relatiefmarkeerder, en in deze anaforische relatie wordt de waarde verbonden met de variabele beschreven door de relatiefzin. Deze analyse van de syntagmatische relaties en de betekenissen die ze encoderen gaat in tegen Lambrechts’ (2001) analyse die een ‘mismatch’ poneert tussen de biclausale vorm en een éénlagige, puur informationele betekenis, nl. het relateren van een nieuw focusargument aan de gegeven informatie in de relatiefzin. De compositionele semantische analyse die ik voorsta laat toe de verschillende informatiedistributies die gekloofde zinnen kunnen hebben, te vatten, eerder dan ze in één focus-presuppositiepatroon te wringen.
|
Constructionele semantiek en pragmatiek in de analyse van gekloofde zinnen
|
Linguistics
| 4,528
|
c:vabb:347812
|
Maatschappelijke evoluties zoals de heterogeniteit van cliëntenbestanden en het toenemende activeringsbeleid maken dat er tussen de VDAB en de OCMW’s meer wisselwerking is, die ook noopt tot meer afstemming en samenwerking in de dagelijkse werking. Hiertoe zette de Vlaamse overheid een beperkt aantal proeftuinen op in 2012 - de zogenaamde fase 2 van de proeftuinen VDAB-OCMW. Deze hadden tot doel om meer gepaste en geïntegreerde trajecten op te zetten met de VDAB als arbeidsmarktregisseur en de OCMW’s als belangrijke lokale welzijnspartner. In dit onderzoek brengen we op basis van de ervaringen binnen de vijf deelnemende proeftuinen in kaart hoe de stromen van cliënten van OCMW naar VDAB (en omgekeerd) lopen, hoe potentiële cliënten worden geïdentificeerd en hoe de samenwerking concreet vorm krijgt. Vervolgens analyseren we de randvoorwaarden, zowel binnen als tussen de betrokken organisaties en zowel op het lokale als op het centrale beleidsniveau. Het onderzoeksrapport bevat tot slot een aantal beleidsaanbevelingen voor deze verschillende niveaus.
|
Samenwerking op (de) proef. Procesevaluatie van fase 2 van de proeftuinen voor samenwerking tussen de VDAB en de OCMW’s in Vlaanderen
|
Sociology
| 3,319
|
c:vabb:386058
|
De rooms-katholieke kerk koppelt het dienstpriesterschap aan het celibaat 'omwille van het koninkrijk der hemelen' (Mt 19,12). Deze keuze plaatst de priesterkandidaten voor vragen als: ben ik hiervoor geroepen en geschikt? Hoe wéét ik dit? Hoe kan ik hierin groeien? Ook na de wijding blijft de uitdaging: hoe het celibaat zinvol beleven en erin gelukkig worden? Deze vragen staan centraal in dit boek.
Het eerste deel beoogt een grondige kennismaking met de kerkelijke leer over het celibaat aan de hand van de teksten zelf. In het tweede deel worden zeven richtinggevende principes uitgewerkt om tot een rijke en evenwichtige beleving van het celibaat te komen.
Dit boek wil persoonlijke verwerking stimuleren alsook het gesprek met een geestelijk begeleider of deelgroep.
|
Zinvol celibatair leven. Een werkboek
|
Theology
| 4,511
|
c:vabb:166850
|
In deze bijdrage gaan we na welke typen psychologische contracten voorkomen op de Vlaamse arbeidsmarkt. Om tot een minder contextafhankelijke typering van psychologische contracten te komen, differentiëren we psychologische contracten op grond van hun 'aard' en niet op basis van hun 'inhoud'. Het psychologisch contract wordt gemeten aan de hand van 10 schalen. Vijf schalen meten de gepercipieerde rechten van werknemers, vijf schalen hun gepercipieerde plichten. De typering van psychologische contracten steunt op een representatieve steekproef die alle lagen van de Vlaamse werknemersbevolking bevat (n=1.106). De analyse wijst op het bestaan van zes typen psychologische contracten, elk gekenmerkt door een typisch patroon van gepercipieerde rechten en plichten: een loyaal, een instrumenteel, een zwak, een sterk, een investerend en een ongebonden psychologisch contract. Op basis van de profilering van deze zes typen kunnen we besluiten dat de transitie van het traditionele psychologische contract naar zogenaamde 'new deals' beperkt blijft tot een erg kleine groep jonge, hooggeschoolde professionals en managers.
|
Psychologische contracten in Vlaanderen: 'old deals'?!
|
Linguistics
| 268
|
c:vabb:315805
|
Dit handboek is het resultaat van een boeiend pilootproject dat in de loop van 2009-2010 plaatsvond in Antwerpen. VDAB Antwerpen en CAW Metropool gingen de uitdaging aan om werkzoekenden in armoede op een integrale en krachtgerichte manier te begeleiden naar de arbeidsmarkt. De bevindingen werden gebundeld in een handboek en een onderzoeksrapport.
Voorliggende publicatie, evenals het bijhorende onderzoeksrapport, wenst de lezer bruikbare inzichten en tips te geven om binnen de eigen organisatie met mensen in armoede - of een andere meervoudige problematiek - op weg te gaan. Ook beleidsmensen en andere onderzoekers kunnen hierdoor geïnspireerd worden om zich op een krachtgerichte en integrale manier in te (blijven) zetten voor diegenen voor wie de weg naar de arbeidsmarkt doorgaans geen rechte lijn is.
|
Werk & Welzijn verankerd. Krachtgerichte, integrale trajectbegeleiding voor werkzoekenden in armoede
|
Sociology
| 2,003
|
c:vabb:208693
|
‘Seksualisering’ staat tegenwoordig hoog op de maatschappelijke en intellectuele agenda. In de Nederlandse Emancipatienota uit 2007 wordt het zelfs een ‘nieuwe uitdaging in het emancipatieproces’ genoemd. Maar is deze ‘seksualisering’ wel zo nieuw? En is het per definitie iets negatiefs, of zijn er ook positieve aspecten aan verbonden? Wie bekritiseert seksualisering en waarom? Zijn er mensen die het verwelkomen? En om welke redenen dan wel? Is onze moderne samenleving meer geseksualiseerd dan vroeger? En hoe uit zich dat dan? Welke mechanismen en actoren spelen een rol bij seksualisering? Wat zijn de maatschappelijke en individuele gevolgen ervan en hoe daarmee omgaan? Hoe seksualisering evalueren? En wat zegt een groeiende seksualisering over ons, onze samenleving en cultuur? Het is op dit soort vragen dat ik in deze bijdrage een antwoord probeer te formuleren of de discussie zal proberen weer te geven.
|
'In (Y)Our Face': Seksualisering tussen vloek en zegen
|
Philosophy
| 576
|
c:vabb:157747
|
Overzicht van recente nationale en Europese regelgeving in het domein van milieu en energie.
|
Overzicht van wetgeving
|
Law
| 56
|
c:vabb:83314
|
Tekst inzake de wetswijzingen die in 2004 zijn doorgevoerd aan de wet van 10 april 1990 dewelke de private bewakingssector regelt. Er wordt ingegaan op de wijzingen en de impact hiervan op het professionalisme van de private veiligheidssector.
|
“Nieuwe Bewakingswet garantie voor nog meer professionalisme”
|
Criminology
| 9,223
|
End of preview. Expand
in Data Studio
- Downloads last month
- 6