cloi
string | abstract
string | title
string | org_discipline
string | __index_level_0__
int64 |
|---|---|---|---|---|
c:vabb:511649
|
Faalangst is een natuurlijke, normale reactie op dreiging. De leerling ervaart de situatie als bedreigend waardoor het lichaam reageert zoals bij gevaar: verhoogde hartslag, trillen, oppervlakkige ademhaling, zweten, boosheid of vijandigheid. Op lange termijn kan dat leiden tot hoofdpijn, buikpijn, rugpijn, vermoeidheid, maag- of darmklachten maar ook desinteresse, demotivatie, het vermijden van triggers zoals sociale interactie en/of een negatief zelfbeeld. Faalangstige leerlingen zoeken bovendien voortdurend controle en voorspelbaarheid maar dat gedrag verdwijnt ook weer wanneer de angststoornis verzwakt. Leerlingen die minder angstig zijn vertrouwen op een onderliggend gevoel dat ‘alles in orde is’. Ze gaan ervan uit dat ze in staat zijn om de meeste situaties aan te kunnen, waardoor het minder belangrijk is om te sturen of precies te weten wat er zal gebeuren (Lebowitz & Omer, 2018). Hoe kunnen we er dan voor zorgen dat faalangstige leerlingen een vraag of toets niet meer als bedreigend beschouwen?
|
De aanpak van faalangst : een casestudie in Mechelen
|
Educational Sciences
| 7,810
|
c:vabb:425600
|
Met de visieontwikkeling op het katholiek onderwijs in termen van katholieke dialoogschool beogen we in de eerste plaats een herbezinning op de wijze waarop de katholieke school zich vandaag vanuit haar traditie kan verhouden tot de actuele context. Met deze visie willen we een integraal kader ontwerpen voor een onderwijs- en vormingsproject dat niet alleen kritisch-productief omgaat met de actuele levensbeschouwelijke uitdagingen, maar ook de bakens uitzet voor de wijze waarop de school als school onderwijs verschaft, haar beleid over kwaliteit en zorg organiseert, en omgaat met leerlingen, ouders, leraren, directies en bestuurders. We hopen hiermee in een kadervisie te voorzien die zowel de levensbeschouwelijke, pedagogische als organisatorische dimensies van ons onderwijs aanspreekt, en een verscheidenheid aan onderwijs- en vormingsprojecten inspireert, gekleurd door eigen schooltradities en -contexten. Uiteindelijk is het de ambitie dat de ‘katholieke dialoogschool’ het keurmerk van het katholiek onderwijs wordt: de reden waarom ouders hun kinderen aan onze scholen toevertrouwen; de reden waarom de overheid zich enkel met het ‘wat’ bezighoudt en het ‘hoe’ met vertrouwen aan onze scholen kan laten; de reden ook waarom de samenleving de vrijheid van onderwijs en de vrijheid van organisatie hoog in het vaandel blijft dragen.
|
Visie van Katholiek Onderwijs Vlaanderen: een integrale kadervisie
|
Theology
| 5,852
|
c:vabb:429770
|
Waarom bouwden Engelse lords gotische ruïnes, reconstrueerden Belgisch-Vlaamse textielbaronnen middeleeuwse steden, en restaureerde de Duits-Pruisische elite ridderburchten? Wat vertellen deze architectonische projecten ons over handelsafhankelijkheden en andere politieke coalities?
|
Handel, politieke coalities, en neogotiek in Duitsland, België, en Groot-Brittannië
|
Political Sciences
| 5,942
|
c:vabb:313159
|
Het project Taalvaardig aan de Start (TaalVaSt) (1/10/2009-30/09/2012) pakt een aantal taalleerzorgproblemen van eerstejaarsstudenten aan door middel van een digitale taalvaardigheidstoets en aangepaste begeleidingsoefeningen. In deze presentatie worden het talige begeleidingstraject en de digitale talige leeromgeving voorgesteld en toegelicht, waarbij ondermeer wordt ingegaan op de fundamenten waarop die talige ondersteuning is gebouwd. Door middel van een behoefteanalyse is getracht de noden en behoeften van de eerstejaarsstudenten in kaart te brengen. De resultaten van die analyse en de taaltest vormden dan het vertrekpunt naar het uitstippelen van een concreet begeleidingstraject.
|
Talige begeleiding van eerstejaarsstudenten in het hoger onderwijs: eerst de kosten, dan de baten!
|
Linguistics
| 1,927
|
c:vabb:384508
|
Het boek biedt een ethische achtergrond bij moreel overleg in het ziekenhuis. Daarnaast wordt een concrete problematiek uitgewerkt vanuit de praktijk: vragen rond levenseinde; orgaantransplantatie; therapiecodering; euthanasie; sedatie; patiëntenwetgeving; medische experimenten. De relevante wetgevingen zijn opgenomen en besproken.
|
Medische zorg en ethiek. Ethisch overleg en advies in het ziekenhuis
|
Philosophy
| 4,461
|
c:vabb:424671
|
In dit hoofdstuk komt de controverse – of tenminste sommige belangrijke aspecten daarvan – in (de filosofie van) de sociale wetenschappen rond de te volgen methode aan bod. Deze methodologische ‘erklären-verstehen’-controverse wordt behandeld in het kader van het verklaringsprobleem. Hieraan voorafgaand, wordt de onenigheid voorgesteld die er heerst rond het te bestuderen object: de ‘structuur-handeling’-tegenstelling.
|
Wetenschapsfilosofie van de sociale wetenschappen
|
Philosophy
| 5,833
|
c:vabb:276522
|
Bespreking van de impact van de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens inzake de bijstand van een advocaat bij het politieverhoor. Bijdrage houdende de maximalistische interpretatie van deze rechtspraak, tevens gebruikt op de studiedag op 12 juni 2009 aan de VUB.
|
Salduz: nemo tenetur en meer...
|
Criminology
| 1,010
|
c:vabb:442391
|
Tijdens de negentiende eeuw was de spiegel een wijdverbreid gebruiksvoorwerp dat in menig interieur een plaats had gevonden. Deze bijdrage focust op de aanwezigheid en het belang van deze reflecties in het interieur en meer specifiek het kunstenaarsatelier tijdens de tweede helft van de negentiende eeuw, met een nadruk op Britse en Belgische casussen. Hierbij fungeert niet zozeer het atelier of interieur als vertrekpunt, maar wordt de beeldende kunst als uitgangspositie genomen. Schilderijen, contemporaine foto’s en afbeeldingen van kunstenaarsateliers met spiegels, maar ook schilderijen met spiegels die tot stand kwamen in desbetreffende ateliers, worden als beeldende getuigenissen beschouwd en aangevuld met bronnen en literatuur. Op deze manier kan een beeld worden gevormd van de verwevenheid tussen het atelier, de kunstenaarspraktijk en het beeldende oeuvre van kunstenaars in de bredere negentiende-eeuwse context, en vooral van de rol en de plaats van de spiegel hierin.
De aanwezigheid van dit object in het dagelijkse leven van de negentiende-eeuwer mag namelijk niet worden onderschat. Zo blijkt de spiegel ook in het kunstenaarsatelier een gerenommeerde plaats te hebben verworven, aangezien reflectie en kunstpraktijk nauw met elkaar verbonden waren. Verschillende Belgische en Britse kunstenaars zoals Dante Gabriël Rossetti (1828-1882), Lawrence Alma-Tadema (1836-1912), James Ensor (1860-1949), Theo Van Rysselberghe (1862-1926) en Sir William Orpen (1878-1931) hadden opvallende spiegels in hun woning of atelier. Het spiegelbeeld werd ook in hun kunstwerken uitdrukkelijk gecultiveerd en de reflectie groeide uit tot één van hun meest geliefkoosde attributen om een perspectivische uitbreiding of manipulaties van licht in het interieur of een kunstwerk tot stand te brengen. De relatie tussen de spiegel en kunstpraktijk en -productie, evenals de concrete implicaties voor het atelier als ruimte, zullen in acht worden genomen. Tenslotte kadert de aanwezigheid van de spiegel binnen een bredere, socioculturele context eigen aan dit specifiek, negentiende-eeuwse tijdskader. Zelden toevallig werd een negentiende-eeuws kunstenaarsatelier in een spiegel gereflecteerd.
|
Reflecties over reflecties : de spiegel in het negentiende-eeuwse kunstenaarsatelier
|
Art History
| 6,281
|
c:vabb:81008
|
Dit artikel concentreert zich op de hedendaagse discussie tussen meer militante vormen van atheïsme aan de ene kant en rigoureus religieus/godsdienstig denken aan de andere kant. Ik toon, gebaseerd op basis van William James' "The varieties of religious experience" en "Pragmatism" dat de atheïst het religieuze leven van de ander kan leren begrijpen maar dat dit tegelijkertijd een ferme kritiek en sterke beperking van dit religieuze leven niet uitsluit.
|
De atheïst en het religieuze leven van de ander - Enkele lessen van William James uit de "Varieties of Religious Experience" als een poging tot beter wederzijds begrip
|
Philosophy
| 8,924
|
c:vabb:415045
|
Onderzoek naar de toekomst van vijf Hasseltse parochiekerken – De Heilig-Hartkerk, De SintHubertuskerk, De Heilig-Kruiskerk, De Sint-Martinuskerk (Hollands Veld) en de OLV van Banneuxkerk - uitgevoerd in opdracht van de stad Hasselt door de onderzoeksgroep ArcK van de Universiteit Hasselt (faculteit Architectuur en Kunst)
|
Kerkenonderzoek Hasselt
|
Art History
| 5,492
|
c:vabb:276572
|
Bespreking van de nieuwe voogdijwet. Idem voor het statuut van de samenwoners.
|
DE NIEUWE VOOGDIJWET. DE ONGEHUWDE SAMENWONER IN EEN TWEERELATIE.
|
Law
| 1,030
|
c:vabb:435692
|
De kennissamenleving vraagt meer dan ooit om lezende leerlingen, maar zelf verkiezen zij ‘coolere’ vrijetijdsmedia, die hun onderwijssucces belemmeren. Kan het ‘beste van beide werelden’ worden gecombineerd? Een experiment werd uitgevoerd bij 977 leerlingen in 63 klassen voortgezet onderwijs in Vlaanderen. In vergelijking met leeslessen zonder rollenspel of een mondeling rollenspel, ervoeren leerlingen een Twitter rollenspelinstructie als significant meer relevant. Die relevantie hing positief samen met hun leesmotivatie en leesintenties. Vooral leerlingen die vaak als ‘zwakkere’ lezers worden gezien - jongens, leerlingen met een migratieachtergrond en leerlingen met weinig ouderlijke leessteun – ervoeren de leesles met Twitter als relevanter.
|
Twitter rollenspel in de leesles: Biedt relevant leesonderwijs ‘risicoleerlingen’ een eerlijker speelveld?
|
Sociology
| 6,067
|
c:vabb:168841
|
Beslissen om de stap naar samenwerking te zetten is één ding, maar hoe begin je er nu aan? Dit tienstappenplan is het resultaat van groepsgesprekken, enquêtes, opleidingen en vroeger onderzoek over samenwerking en vormt een praktisch instrument voor de huisarts die wil samenwerken. Naast de beschrijving van de verschillende te volgen procedures, geeft dit stappenplan ook tips vroo een betere realisatie van de doelstellingen.
|
Goed samenwerken in tien stappen: beschrijving van een praktisch instrument
|
Social Health Sciences
| 303
|
c:vabb:540836
|
Dit artikel is van de hand van Michael Auwers (CegeSoma/Rijksarchief) die een artikel schrijft in een genre dat in ons tijdschrift (en in de Belgische geschiedschrijving in het algemeen) veel te weinig wordt gebruikt, namelijk het reviewartikel. Auwers grijpt de vijfenzeventigste verjaardag van het begin van de Koude Oorlog aan om via een breed overzicht te analyseren hoe historici de Belgische dimensies in de geschiedenis van de Koude Oorlog hebben onderzocht en erover hebben gepubliceerd. Op basis van dat historiografisch overzicht besluit het artikel met pistes voor een toekomstige onderzoeksagenda. Dit artikel sluit zo aan bij Michael Auwers’ huidige taak binnen CegeSoma/Rijksarchief voor de ontwikkeling van het onderzoeksdomein van de Koude Oorlog in België.
|
Koele minnaars van de Koude Oorlog? De Belgische historici en het Oost-Westconflict na de Tweede Wereldoorlog
|
History
| 8,653
|
c:vabb:292800
|
De schaduwzijde van de vooruitgang en de industrialisering was niet alleen een belangrijk thema in negentiende-eeuwse zedenromans die wantoestanden in de maatschappij (zoals de uitbuiting van de arbeidersklasse) aan de kaak stelden. Ook in de typebeschrijving of karakterschets, een genre dat in de Nederlandse literatuur (samen met de fysiologie) een korte bloei kende in de jaren 1840, was het thema aanwezig. In een aantal typebeschrijvingen worden de recente technologische en industriële ontwikkelingen zelfs verantwoordelijk gesteld voor het dreigende uitsterven van bepaalde sociale en beroepsgroepen, en dus van allerlei types. De voornaamste oorzaak ligt in de ‘gelijkmaking’, de uniformiserende tendens die het gevolg is van de technologische vernieuwingen, en vooral van de vernieuwingen in de transportsector: de komst van de stoomtrein heeft immers ‘van gansch een land eene enkele buurt’ gemaakt, en de verschillen tussen naties en beroepsgroepen verdwijnen hoe langer hoe meer. De nakende verdwijning van de verschillende types houdt op haar beurt verstrekkende gevolgen in voor de literatuur: precies het genre van de typebeschrijving wordt namelijk in zijn voortbestaan bedreigd omdat er geen onderwerpen voor de schetsen meer dreigen over te blijven. Deze bijdrage onderzoekt hoe het genre op deze dreiging reageerde.
The drawback of progress and industrialization was not only an important theme in nineteenth-century novels of manners that denounced social abuses in society (such as the exploitation of the working class). It was also present in the ‘type description’ (portraits or sketches of different types), a genre that flourished shortly in Dutch literature (along with the physiologies) in the 1840s. In a number of these texts, recent technological and industrial developments are even held responsible for the imminent disappearance of certain social and professional groups, and thus of all kinds of types. The main cause lies in the ‘levelling’, the unifying trend that results from technological innovations, especially from the innovations in transport: the advent of the steam train has turned ‘an entire country into a single neighbourhood’, and differences between nations and professions disappear ever more. The imminent disappearance of the various types in turn has far-reaching implications for the literary system: precisely the type description is threatened in its very existence because of the risk that there will be no more characteristic types left to describe. This contribution examines how the genre responded to this threat.
|
De schaduwzijde van de vooruitgang in Nederlandstalige typebeschrijvingen
|
Literature
| 1,268
|
c:vabb:380927
|
Belgen doen het beter. Toen in 2003 een zelf- benoemde staatscommissie van onderzoekers en adviseurs deze conclusie trok, kreeg dit niet alleen in Nederland heel wat weer- klank. Zeker in Vlaanderen keek men tot dan op naar bestuurlijk Nederland, waar alles toch net iets beter geregeld leek. De laatste jaren is de bestuurlijke idolatrie wel wat getemperd, maar niette- min blijven de Nederlandse bestuurlijke discussies een belangrijke bron van inspiratie voor vooral het Vlaamse bestuurlijke beleid. Bij heel wat observatoren leeft de overtuiging dat wanneer het regent in Den Haag, het druppelt in Brussel. Reden te meer om het regeer- akkoord van het kabinet-Rutte-Asscher 3 onder de loep te nemen. Wat zijn de bestuurlijke agendas? Wat zijn de kritieke punten? En wat betekent dit voor Vlaanderen? Dit artikel gaat in op een aantal opvallende passages uit het regeerakkoord. We geven de citaten letterlijk weer en bespreken vervolgens de inhoud en impli- caties van de voorstellen. We stellen ons ook de vraag wat dit zou kunnen betekenen voor het Vlaamse debat.
|
Nederland gidsland? Wat heeft het kabinet-Rutte-Asscher in petto voor het openbaar bestuur?
|
Political Sciences
| 4,370
|
c:vabb:169032
|
De algemene perceptie is dat mensen vooral in een ziekenhuis sterven. Uit de registratiegegevens over sterfte in twee Vlaamse huisartsenpraktijken blijkt nochtans dat de helft thuis of in een thuisvervangend milieu overlijdt. Naast het louter statistische karakter van dergelijke gegevens, laten ze artsen overigens toe te reglecteren over het eigen functioneren. Zo kunnen bijvoorbeeld hoge suicidecijfers in de praktijk een arts aansporen om voor deze problematiek extra aandacht te hebben.
|
Sterfteregistratie in twee Vlaamse huisartsenpraktijken. Van praktijkrapport naar kwaliteitsverbetering
|
Social Health Sciences
| 337
|
c:vabb:347426
|
De derde, nieuwe editie van de vertaling van alle niet-bijbelse rollen die sinds 1947 zijn gevonden in Qumran bij de Dode Zee. De tekstuirtgave bevat een geactualiseerde, algemene inleiding op de rollen, en inleidingen op de afzonderlijke documenten. Daarnaast biedt het boek een complete lijst van alle geveonden handschriften, met bibliografische bijzonderheden.
|
De Rollen van de Dode Zee. Derde herziene druk
|
Theology
| 3,298
|
c:vabb:325816
|
Bespreking van de ethische aspecten van PGD-HLA typering.Centraal staat het donorkind. Is het geboren laten worden van een kind met de expliciete bedoeling stamcellen uit het navelstrengbloed te bekomen om een ernstig ziek broertje of zusje te helpen genezen moreel verantwoord of niet?
|
Ethische aspecten van pre-implantatie genetische diagnostiek met HLA-typering.
|
Philosophy
| 2,247
|
c:vabb:296331
|
In het scholenlandschap van vandaag spelen schoolleiders meer dan ooit een sleutelrol. Deze wordt steeds meer divers en veeleisend. De overheid verwacht immers dat scholen meer en meer een eigen lokaal beleid voeren. Tegelijkertijd vinden er allerlei processen van schaalvergroting plaats, denk maar aan de invoering van scholengemeenschappen. Ook in het onderzoek en de theorievorming over schoolleiderschap deed er zich een verschuiving voor. Deze evoluties worden in dit boek in kaart gebracht. Het boek biedt een overzicht van omschrijvingen, conceptualiseringen en onderzoek over schoolleiderschap. De onderzoekers wijzen op een patstelling tussen enerzijds benaderingen die de formele schoolleider centraal stellen en anderzijds benaderingen die leiderschap zien als een organisatorische functie die feitelijk gestalte krijgt door het handelen van meerdere organisatieleden. Verder stellen zij vast dat het merendeel van de literatuur de instrumentele of taakdimensie van schoolleiderschap beklemtoont, terwijl het ook een relationele en emotionele aangelegenheid is. In recent onderzoek krijgt deze belevingsdimensie steeds meer aandacht. Ten slotte wordt het (beperkte) onderzoek over schoolleiderschap en schaalvergroting in kaart gebracht. De auteurs presenteren een omvattend en integrerend conceptueel kader van schoolleiderschap. Dat kader is relevant voor onderzoekers, maar ook voor professionals die te maken hebben met het âleidenâ van scholen en scholengemeenschappen: het biedt hen een âkaartâ om op een meer systematische manier om te gaan met de complexe realiteit van schoolleiderschap.
|
Schoolleiderschap aangekaart en in kaart gebracht
|
Educational Sciences
| 1,401
|
c:vabb:270595
|
Hoe verschilt de armoedeval in België van die in Groot-Brittannië? Internationaal vergelijkend onderzoek onthult het effect van de nationale context op het individu. Het is de onderzoekstrend in dit tijdperk van internationalisering.Auteur gaat in op de voordelen en valkuilen van deze methode.
|
Nieuwe hoogten voor internationaal vergelijkend onderzoek
|
Sociology
| 694
|
c:vabb:209465
|
In 2004 lanceerde het IRRI-KIIB de Egmont Papers, het resultaat van origineel onderzoek verricht in het kader van het instituut. De Egmont Papers zijn voedsel voor gedachten over lopende zaken in internationale politiek vanuit een Belgische en Europees perspectief. Speciale aandacht gaat naar de Europese integratie, de Europese Unie als een internationale en veiligheidsactor, en global governance.
|
A European Security Concept for the 21st Century
|
Political Sciences
| 587
|
c:vabb:180324
|
Stellingen °Plannen voor ontspanning geeft uitzicht op ontspannen plannen °Ontspannen plannen vraagt om een combinatie van theorie en praktijk °Stedelijkheid gedijt zowel in plooien als op pleinen °Speelweefsels zijn gebaat bij bottom-up, incrementele en gelaagde planning van de rasterstad
|
Speelruimte in de plooien van de rasterstad
|
Art History
| 443
|
c:vabb:313202
|
Het begrip 'sociale huisvesting' staat al lang niet meer voor louter 'huisvesting', zoals oorspronkelijk werd aangeboden door de klassieke sociale huisvestingsmaatschappijen. Het begrip is uitgegroeid tot wat we nu liever 'sociaal wonen' noemen, een term met veel functies en betekenissen, maar vooral ook met veel betrokken partijen. Dit rijke spectrum in beeld brengen, is het opzet van dit cahier.
Op basis van objectieve gegevens, aangevuld met voorbeelden en toepassingen uit de praktijk, beogen de auteurs - elk vanuit hun specialisatie met een heel eigen invalshoek - een tijdsdocument te bieden dat enerzijds aan de volgende generaties duidelijk maakt hoe anno 2011 sociaal wonen in Vlaanderen wordt ingevuld maar dat tegelijkertijd ook keuzes voorlegt aan de huidige generatie verantwoordelijken in praktijk en beleid.
|
Sociaal wonen vandaag. Een tijdsbeeld van sociaal wonen in Vlaanderen anno 2011
|
Sociology
| 1,935
|
c:vabb:533915
|
De geschiedenis van de middeleeuwen fascineert al generaties lang vele onderzoekers. Om meer te weten over de gedragingen, de leefwereld en de ideeën van de middeleeuwse mannen en vrouwen, beschikt de historicus over een brede waaier aan geschreven bronnen. Deze teksten zijn vaak mondelinge tradities die via onrechtstreekse getuigenissen op schrift werden gesteld. Deze bronnen zijn doorgaans moeilijk te vinden en te interpreteren.
Dit boek bespreekt de methodes om deze bronnen op te sporen en analyseert de verschillende soorten teksten waarover we nu nog beschikken om de geschiedenis van de Nederlanden en omstreken te reconstrueren.
De lezer wordt vertrouwd gemaakt met de voornaamste geschreven bronnen uit de West-Europese middeleeuwen. De auteurs wijzen op de mogelijkheden en beperkingen die de studie hiervan met zich meebrengt.
|
Typologie en heuristiek van de bronnen voor de geschiedenis van de middeleeuwen
|
History
| 8,421
|
c:vabb:314949
|
Drie hedendaagse katholieke vrouwen omschrijven hun eigen wijze van kritisch-loyaal kerk-zijn. Wat Agnes Pas, Trees Dehaene en Josian Caproens bindt, is dat zij alle drie actief geweestzijn, of het nog zijn, als voorzitter van het IPB, het Interdiocesaan Pastoraal Beraad, het orgaan dat al veertig jaar poogtde hartslag te zijn van al wat zich op het kruispunt van kerk en samenleving afspeelt en leken een stem wil geven binnen deidee van een samengedragen verantwoordelijkheid. Deze bijdrage besluit met een analyse van wat hun denkwegen nu kunnen betekenen binnen de geloofscommunicatie en levenbeschouwelijke reflectie in het onderwijs en het pastorale veld.
|
De kracht van loyaal-kritisch denken. Agnes Pas, Trees Dehaene en Josian Caproens over hun kerk-zijn
|
Theology
| 1,988
|
c:vabb:344278
|
In het kader van het INTERREG IVA project Linguacluster werd onder meer het interactieve e-Talenplein ontwikkeld met ongeveer 8000 taaloefeningen Frans,1000 Nederlands en 1000 Duits. Daarnaast werden een 400-tal cultuurcommunicatieve oefeningen (Euregio Maas-Rijn)geïmplementeerd. Het artikel geeft toelichting bij de gebruiksmogelijkheden van het Talenplein.
|
Linguacluster: het "Talenplein" waar Maasrijnlanders elkaar beter (leren) verstaan en kennen
|
Linguistics
| 3,197
|
c:vabb:297131
|
Recentelijk hebben het Hof van Cassatie, het Grondwettelijk Hof en zelfs het Hof van Justitie zich gebogen over een aantal fundamentele problemen in verband met het bepalen van de duur van de opzeggingstermijn en het berekenen van de opzeggingsvergoeding voor bedienden: de mogelijkheid tot het sluiten van een overeenkomst over de opzeggingstermijn, het ontstaan en tenietgaan van het recht op een aanvullende opzeggingsvergoeding en de berekening van de opzeggingsvergoeding bij vormen van tijdelijke deeltijdse tewerkstelling. De uitspraken van de genoemde rechtscolleges vormen zeker geen eindpunt in de discussie en tonen aan dat er een boeiende interactie bestaat tussen de drie actoren. In de rechtspraktijk bestaat er echter vooral behoefte aan meer rechtszekerheid.
|
Knelpunten bij het bepalen van de opzeggingstermijn en de opzeggingsvergoeding voor bedienden. Brengen het Hof van Cassatie, het Grondwettelijk Hof en het Hof van Justitie licht in de duisternis?
|
Law
| 1,424
|
c:vabb:312633
|
Lerarenopleidingen en stagescholen evolueren steeds meer naar een gezamenlijke verantwoordelijkheid in de opleiding van toekomstige leraren. Hogescholen blijven in een kwetsbare positie ten aanzien van het borgen van kwaliteit van stageplaatsen als er geen kwaliteitscriteria bestaan die toelaten de leerkansen op de stageplek optimaal te benutten.
Dit project wil in samenwerking met alle stakeholders (stagebegeleiders, mentoren, studenten, pedagigische begeleiders, mentorenbegeleiders) een zelfevaluatietool ontwikkelen die de kwaliteit van een school als leeromgeving voor stagiairs/beginnende leerkrachten in kaart brengt. De evaluatietool biedt een bijkomende meerwaarde i.f.v. kwaliteitszorg en professionalisering binnen de stagescholen, wat hun doorlichtingen inzake personeelsbeleid (loopbaanbegeleiding) en kwaliteitszorg ten goed zal komen.
|
ZOISs ZelfOntwikkelingsInstrument voor Stagescholen
|
Educational Sciences
| 1,906
|
c:vabb:350120
|
Vertrekkend vanuit de verslaggeving tijdens de periode april-juni 1989, wordt de evolutie van de berichtgeving die de Franse krant publiceert naar aanleiding van de opeenvolgende verjaardagen van het protest (1990-2012) onderzocht aan de hand van een op Norman Fairclough geïnspireerd discoursanalytisch model. De representatie van actoren en gebeurtenissen aan de hand van semantische relaties op micro- en macrotekstueel niveau (plotstructuren) krijgt hierbij bijzondere aandacht, evenals de karakterisering van verschillen op chronologisch (heden / verleden), ideologisch en intercultureel vlak (het eigene / het andere). De continuïteiten en breuklijnen die op deze manier tot uiting komen, worden geïnterpreteerd in het licht van bevindingen uit de Memory Studies en de historiografie. Tot slot levert de studie van assumpties en genrestructuren inzichten op over de rol van de verjaardagsjournalistiek als alibi voor een interpretatieve (eerder dan informatieve) invulling van de journalistiek.
|
De herinnering (1990-2012) aan het Tiananmenprotest in de Franse krant “Le Monde”
|
Literature
| 3,396
|
c:vabb:275901
|
Bespreking van de rede uitgesproken door Henk Elffers ter aanvaarding van het ambt van hoogleraar empirische bestudering van de strafrechtspleging aan de Vrije Universiteit Amsterdam op 30 mei 2008.
|
Vaker straffen als antwoord op een stijgende punitiviteit? Bespreking van de Rede uitgesproken door Henk Elffers.
|
Criminology
| 930
|
c:vabb:177941
|
Van dit onderzoek is een perstekst en een uitgebreidere Engelstalige paper beschikbaar.<br><br> De perstekst 'De grote gaten in het net. Structurele leemten in sociale bescherming en gewaarborgde minimuminkomens in 13 EU-landen': <a href="http://www.hiva.be/docs/perstekst/pr12_20040420.pdf">perstekst</a> <br><br> De paper 'The big holes in the net. Structural gaps in social protection and guaranteed minimum income systems in 13 EU countries': <a href="http://www.hiva.be/docs/paper/p18_20040420.pdf">paper</a>
|
Gaps, traps and springboards in European minimum income systems
|
Educational Sciences
| 428
|
c:vabb:301921
|
De blijde intrede van de automobiel in België, 1895-1940 vertelt hoe de automobiel op het einde van de negentiende eeuw opduikt en langzaam maar zeker een plaats verovert in de openbare ruimte en in de levens van de Belgen. Eind 1895 richtten enkele Belgische cyclisten de Automobile Club de Belgique op. Dat was het startschot van het automobieltijdperk in ons land. Tussen 1900 en 1914 steeg het aantal motorvoertuigen van 1000 tot meer dan 13.000 en de confrontaties op de openbare weg namen steeds grimmigere vormen aan. De automobilisten vierden hun snelheidsobsessie bot op onaangepaste wegen, te midden van nog minder aangepaste, traditionele weggebruikers. Dat veroorzaakte ongevallen en een algemene sfeer van angst, verontwaardiging en geweld. Na de Eerste Wereldoorlog brak de automobiel door en werden motorvoertuigen het dominante transportmiddel op de weg. De Belgische regering achtte motorisering goed voor de economie en de algemene welvaart, en vond dat die dus steun verdiende. Maar de uitdagingen veranderden snel: de verkeersongevallen namen toe en werden een algemeen maatschappelijk probleem. Vanaf het einde van de jaren 1920 werden de wegen aangepast aan de normen van het gemotoriseerde verkeer en voorzien van nieuwe verkeerstoestellen en verkeersborden. Veiligheid was daarbij echter nauwelijks een bekommernis, efficiëntie gold als de meetwaarde van een succesvol verkeersbeleid. De blijde intrede van de automobiel in België, 1895-1940 vertelt een breed en vaak anekdotisch verhaal over West-Vlaamse stoomwagens aan het Chinese hof, de doodscultuur van automobilisten en eenrichtingsverkeer voor voetgangers in Brussel. Dit werk is gebaseerd op origineel onderzoek en beschrijft voor het eerst de vroegste geschiedenis van de automobilisering van de Belgische samenleving. De bezwaren en vaak verhitte debatten van de tijdgenoten over autovrije wegen, al dan niet ingebouwde snelheidsremmers, openbare ondergrondse parkeergarages …, klinken daarbij vaak verrassend actueel.
|
De blijde intrede van de automobiel in België, 1895-1940
|
History
| 1,534
|
c:vabb:326547
|
Dit onderzoek heeft tot doel via semigestructureerde interviews (N=38) de verwachtingen over de rol van de mentor in de begeleiding en beoordeling van toekomstige leraren tijdens de praktijkstage in kaart te brengen vanuit het perspectief van de mentor en dat van de stagebegeleider. Resultaten geven aan dat mentorschap wordt ingegeven door twee bestaansredenen: ervaring als leerkracht en deskundigheid als begeleider. Beide factoren spelen een rol in de begeleiding
en beoordeling die mentoren geven; met vaak onbedoelde effecten voor de evaluatie van de student. Bovendien is er onduidelijkheid over volgende vragen: Wat kenmerkt een goede mentor? Welke begeleiding en beoordeling wordt van hem/haar verwacht?
Mentoren zijn momenteel veelal toevallige passagiers op een vlucht die wordt bepaald door het opleidingsinstituut. Een gedeeld opleidingsconcept echter promoveert de mentor tot een deskundig copiloot, die de route mee uitstippelt.
|
Mentorschap: van toevallige passagier naar co-piloot? Begeleiding en beoordeling van toekomstige leerkrachten door mentoren.
|
Educational Sciences
| 2,386
|
c:vabb:385324
|
Het artikel handelt over de opleiding van Arabische vertalers, die niet langer op de lokale en internationale vertaalmarkt is gericht. Het pleit ook voor een opleiding die de vertalers in de mogelijkheid stelt om in de internationale vertaalmarkt te participeren.
|
Fī mushkilat ta’hīl al-mutarğimīn al-‘arab [= Over de problematiek van de vorming van Arabische vertalers]
|
Linguistics
| 4,490
|
c:vabb:441527
|
Om het onderwijs in schrijfvaardigheid op de basisschool te verbeteren is in nauwe samenwerking met docenten de lesmethode Tekster ontwikkeld. Tekster is een strategiegericht lesprogramma voor schrijfvaardigheid voor de hoogste drie leerjaren van het basisonderwijs (groep 6 tot en met 81), waarin leerlingen door een combinatie van modeling, expliciete instructie en scaffolding een systematische aanpak leren voor het schrijven van teksten in verschillende genres. De effectiviteit van Tekster is beproefd in twee grootschalige interventiestudies met 2766 leerlingen en 144 docenten van 52 scholen. In beide studies schreven leerlingen voor en na een reeks van 16 Teksterlessen drie teksten: een beschrij- ving, een verhaal en een overtuigende brief. De eerste interventie duurde 8 weken (2 les- sen per week), de tweede interventie duurde 16 weken (1 les per week) en was uitgebreid met training voor docenten. In beide studies verbeterden de schrijfprestaties van de leerlingen significant na het programma. Dit effect was op een derde meetmoment, twee maanden na de interventie, nog steeds zicht- baar. Het leereffect, generaliserend over de drie tekstgenres, was in de tweede studie (ES = 0.55) sterker dan in de eerste studie (ES = 0.40). Dit onderzoek laat zien dat Tekster een veelbelovende aanpak is om het schrijfonderwijs op de basisschool te verbeteren.
|
Leren schrijven met Tekster : een wetenschappelijk beproefde lesmethode voor het basisonderwijs
|
Educational Sciences
| 6,263
|
c:vabb:491460
|
Vele professionaliseringsinitiatieven (studiedagen, workshops,…) vertrekken vanuit een externe expert die leraren nieuwe zaken bijbrengt. Het is aan de leraren om de opgedane kennis daarna te vertalen naar hun klaspraktijk. Hoewel sommige leraren de stap zetten, blijft het in andere gevallen bij theorie. Daarnaast blijven in vele scholen de klasdeuren gesloten en worden nieuwe inzichten of reeds opgedane kennis weinig gedeeld. Leraren met veel anciënniteit hebben tonnen ervaring in het lesgeven, jonge leraren hebben de nieuwste knowhow: een grote bron van informatie die we te weinig aanspreken. Lesson Study is een methode waarbij leraren in team als onderzoekers in de eigen klaspraktijk aan de slag gaan. Vertrekkend van eenzelfde nood (bv. ‘Hoe moet ik cognitief sterke leerlingen uitdagen?’ of ‘Hoe moet ik omgaan met anderstalige nieuwkomers?’), ontwerpen leraren samen een les met de bedoeling de klaspraktijk voor (een groep) leerlingen te verbeteren. Tijdens en kort na de onderzoeksles verzamelen de leraren gericht data bij leerlingen en reflecteren ze op basis van deze bevindingen of het vooropgestelde doel bereikt is. Leraren ontwerpen dus samen lessen, doen beroep op elkaars expertise, de deuren worden opengezet en samen reflecteren en leren wordt mogelijk gemaakt.
|
Lesson Study : de leraar als onderzoeker
|
Educational Sciences
| 7,247
|
c:vabb:282984
|
Resultaten en perspectieven van de Vlaamse olympiade van het Frans (2009)
|
Vlaamse olympiade Frans: resultaten en perspectieven
|
Linguistics
| 1,118
|
c:vabb:340676
|
1. Hoewel de ontbinding wegens wanprestatie van een wederkerige overeenkomst niet kan leiden tot het tenietdoen van de wederzijdse prestaties die ter uitvoering van de overeenkomst zijn verricht indien deze niet voor teruggave in aanmerking komen, leidt zij wel tot teruggave of betaling bij equivalent van de zaken of diensten die ten gevolge van de overeenkomst verbruikt zijn of aan een van de partijen ten goede zijn gekomen, terwijl de wederpartij daarvoor geen tegenprestatie heeft ontvangen. Wanneer de wet niets bepaalt, houdt het aleatoir karakter van de huurovereenkomst voor het leven geen afwijking in van de uitwerking van het gemene recht voor de ontbinding.
De contractuele tekortkoming van een partij die de ontbinding van de overeenkomst in haar nadeel verantwoordt, tast haar recht op teruggave, dat in die ontbinding besloten ligt, niet aan en kan alleen haar eventuele veroordeling tot vergoeding van de door die fout veroorzaakte schade tot gevolg hebben.
|
De (terugwerkende kracht van de) rechtsgevolgen na gerechtelijke ontbinding wegens wanprestatie: confectie of maatwerk?
|
Law
| 2,827
|
c:vabb:388742
|
Hoewel België in internationaal wetenschappelijk onderzoek geboekstaafd staat als een land met een hoog aantal vreemdelingen in de gevangenis is het aandeel gedetineerden zonder verblijfsrecht tot op heden niet in kaart gebracht. Op basis van gegevens uit de penitentiaire databank SIDIS-Griffie vestigen wij met dit artikel de aandacht op de populatie gedetineerden zonder verblijfsrecht, hun evolutie de afgelopen tien jaar en hun verdeling volgens hechtenistitel. In het bijzonder wordt ook aandacht besteed aan de beperkte betrouwbaarheid van de gegevens op basis waarvan uitspraken worden gedaan.
|
'Illegalen' in de gevangenis. Een eerste analyse van de gevangenispopulatie in België op basis van de verblijfstatus
|
Criminology
| 4,705
|
c:vabb:80782
|
Politie en nieuwe functies in veiligheid: communicerende vaten?
|
Politie en nieuwe functies in veiligheid: communicerende vaten?
|
Criminology
| 8,894
|
c:vabb:463691
|
Wie zijn dichterlijke ambities serieus neemt, moet de woorden te rechte en elc na sinen scoonsten accoorde rangschikken. Dat lezen we in Der leken spiegel, een 14e-eeuws werk van Jan van Boendale. Als een van de enige Middelnederlandse dichters biedt hij een reflectie op de eisen waaraan een goed gedicht naar zijn mening moet voldoen. Maar niet alleen het dichtwerk, ook de dichter zélf moet volgens Boendale over het juiste keurmerk beschikken, wil die zijn ganzenveer op het perkament zetten. Want dichten is niet voor iedereen weggelegd: dichten en is gheen spel. Zeven eeuwen later, in 2015, brengt de West-Vlaamse rapper Samoerai een plaat uit onder de titel Versificoatie. Net als Boendale is hij een buitenbeentje. Geen nummers over bling, hos of semiautomatische blaffers, wel een duidelijke opvatting over goede rap en de eisen die hiphoppers aan hun werk en zichzelf moeten stellen. In de tijd staan Boendale en Samoerai mijlenver uit elkaar, maar wat met hun opvattingen? Vinden we in Samoerais rappoëtica een echo terug van Boendales literatuuropvatting en ligt een zielsverwantschap op de loer? Tijd voor een poëticale battle.
|
Hoe rappers dichten zullen. Een veertiende-eeuwse literatuuropvatting en een eenentwintigste-eeuwse rappoëtica met elkaar vergeleken
|
Literature
| 6,613
|
c:vabb:270923
|
Erik Satie, Joseph Haydn, Jacob Grimm, Stijn Streuvels, August Schlegel, Robert Schumann, Madame de Staël, Johannes Hilman, Ludwig Tieck, Antoon Coolen, Johanna Desideria Courtmans-Berchmans, Maler Müller. Allemaal werden ze geïnspireerd door de legende van Genoveva van Brabant, net als tientallen andere auteurs, dramaturgen, componisten en beeldende kunstenaars. Deze bijdrage geeft een literair-historisch overzicht van bewerkingen van en referenties aan de Genovevalegende in de Nederlandstalige letteren, zonder daarbij echter exhaustiviteit na te streven. De focus ligt op de negentiende eeuw, maar ook de voor- en nageschiedenis worden in het overzicht betrokken: de Genovevastof bleef namelijk van de zeventiende tot de twintigste eeuw steeds bijzonder populair.
In de negentiende eeuw vervulde de Genovevalegende daarenboven een unieke en bijzonder belangrijke rol in de Nederlandstalige letteren: ze legde namelijk een brug tussen enerzijds de ‘lage’ volksliteratuur of -cultuur van blauwboekjes, poppenspel, volksprenten en volksliederen, en anderzijds de ‘hoge’ literatuur, onder meer via allerlei allusies in het werk van Aarnout Drost, Multatuli, Hendrik Conscience, Anton Bergmann, e.a., maar bijvoorbeeld ook door het feit dat een winnares van de Belgische Vijfjaarlijkse Staatsprijs, J.D. Courtmans-Berchmans, in 1866 de legende als stof voor een eigen, nogal vrije bewerking koos.
|
Genoveva van Brabant in de Nederlandse letteren, en de unieke rol van volksboeken in de negentiende eeuw
|
Literature
| 721
|
c:vabb:342101
|
selectie, bewerking en gedeeltelijke annotatie van 221 vonnissen en arresten ivm. burgerlijk procesrecht (2009-2011).
|
Elementaire rechtspraak - burgerlijk procesrecht Selectie van vonnissen en arresten
|
Law
| 3,084
|
c:vabb:329201
|
Sinds de invoering van het statuut leraar-in-opleiding in Vlaanderen (hierna genoemd het lio-statuut) in het schooljaar 2007-2008, merken een aantal opleidingsinstellingen verbonden aan het expertisenetwerk van de lerarenopleidingen Antwerpen (ELAnt1) een stijgende populariteit op van dit leerwerkstatuut. Steeds meer studenten vinden via deze mogelijkheid van studeren en tegelijkertijd werken de weg naar het beroep van leraar. Maar wat betekent dit succes juist voor de scholen en opleidingsinstellingen? In februari 2009 werd een praktijkgericht, kwalitatief onderzoek opgestart, waarbij semigestructureerde interviews met mentoren en lios werden afgenomen. Op deze manier kon het lio-statuut vanuit de praktijk bestudeerd worden. In dit artikel worden de resultaten van deze interviews beschreven en wordt duidelijk welke de kwaliteiten en pijnpunten zijn van dit statuut tijdens het proces van begeleiden en beoordelen. Ook wordt duidelijk wat scholen en opleidingsinstellingen (samen) kunnen doen om aan de intensieve begeleiding en samenwerking die dit lio-statuut vereist, tegemoet te komen.
|
Het lio-traject in Vlaamse scholen: al doende leer je het best?
|
Educational Sciences
| 2,459
|
c:vabb:422017
|
Vanuit een onvrede met de vaagheid van de term utopie en een afwijzing van de totalitaire utopieen, wil dit essay het boek Utopia herlezen vanuit deze twee, samenhangende recente fenomenen, de nieuwe golf van privatiseringen, die men in het spoor van Morus ‘de tweede golf van enclosures’ heeft genoemd en de zogenaamde ‘herontdekking van de commons’. Deze herlezing van het boek Utopia leidt tot een herdefinitie van het begrip utopie en een vraag om aandacht voor kleinschalige praktijken van vergemeenschappelijking en tenslotte tot een pleidooi voor een internationale rechtsorde in het teken van het gemeengoed, omdat ‘enclosures’, deze economische toe-eigeningen, omheiningen of afsluitingen van het gemeengoed reeds door de jurist Morus als een misdaad werden bestempeld.
|
Utopia herontdekt
|
Art History
| 5,783
|
c:vabb:516754
|
Dit artikel is een onderzoek naar de relatie tussen debatten in België over het klimaat van Congo en de daaraan verbonden vermeende gezondheid of ongezondheid van het gebied, en de politieke agenda’s van de bijdragers aan dit debat voor de periode vanaf het begin van de Leopoldiaanse exploratie van Midden-Afrika in 1876 tot aan de overdracht van de Onafhankelijke Congostaat aan België in 1908. Vanaf het begin van die exploratie was er aandacht voor het klimaat. Zo werden er meteorologische gegevens over de verkende en geannexeerde gebieden verzameld en werd het klimaat vaak afgeschilderd als een onbekend kwaad : het werd als uiterst ongezond beschouwd. Zowel gruwelijke als fortuinlijke verhalen afkomstig van andere imperiale mogendheden over soortgelijke gebieden waren van invloed op het denken over het klimaat. Om Congo te promoten als lucratief en niet ongezond gebied, iets wat de voorstanders van het imperiale project graag deden, was het belangrijk om het kwade beeld over het klimaat te bevechten. De mening over het klimaat, en of de witte man kon acclimatiseren in Congo, werd dus niet enkel beïnvloed door de daadwerkelijke omstandigheden aldaar, maar in grote mate door de vraag of men Congo als een goed exploitatieterrein voor de Belgen zag. In dit artikel wordt behalve het geven van een algemene analyse van de debatten en hoe zij zich verhouden tot internationale ontwikkelingen op het gebied van bijvoorbeeld de koloniale hygiëne, ook ingezoomd op het discours van opponenten in een aantal uitgelichte discussies.
|
'Les Indes africaines' versus 'Le Congo minotaure' : debatten over klimaat, acclimatisatie, hygiëne en de idealisering van het imperiaal project van Leopold II in Congo, 1876-1908
|
History
| 8,076
|
c:vabb:371095
|
In het onderwijs van het Spaans als vreemde taal, wordt het gebruik van strips steeds meer gewaardeerd. Zij laten immers toe om de vier vaardigheden –lezen, spreken, schrijven, begrijpen- in te oefenen en, door de combinatie van woord en beeld, vergemakkelijken zij het aanleren van de gesproken taal. Daarnaast blijken strips, onafhankelijk van de taal waarin ze gesteld zijn, vooral interessant bij het aanbrengen van de interculturele competentie. Dit artikel toont aan hoe enkele fragmenten uit Spaanse, Franse en Nederlandse versies van Suske en Wiske, Nero en Kuifje zinspelen op de cultuur en geschiedenis van Latijns Amerika (bvb. de Azteken in México, de Cubaanse crisis van 1959) en dieper ingaan op bepaalde onderliggende socio-politieke aspecten (bvb. de economische inmenging van de Verenigde Staten, het gebrek aan politieke stabiliteit en de opeenvolging van revoluties en dictaturen). Vanuit intercultureel oogpunt zijn echter vooral de referenties aan de Latijns Amerikaanse mentaliteit opvallend. Zo weerspiegelen bepaalde beelden uit albums van Kuifje de bevindingen van Hofstede (1991,Cultures and Organizations. Software of the mind). Concreet illustreren die fragmenten het belang van sociale relaties (individualism/collectivism), hiërarchie (power distance), formaliteiten (unsecurity avoidance) en van de factor “geduld” (masculinity/femininity). Dat laatste criterium brengt ook enkele belangrijke verschillen binnen het continent zelf aan het licht en wijst zo op de nood voor relativering. Onder die voorwaarde, bieden deze strips aan studenten die Spaans studeren binnen een economisch gericht curriculum enkele sleutels om op gepaste wijze contacten te leggen en zaken te doen met de landen van Latijns Amerika.
|
El cómic, un camino hacia la competencia intercultural: unas claves para América Latina
|
Literature
| 3,782
|
c:vabb:270770
|
Kleine en middelgrote ondernemingen zijn de laatste jaren een gegeerd studieobject gebleken. KMO’s danken die aandacht aan een geleidelijke herwaardering van het kleinschalig ondernemerschap. De groeiende aandacht straalt echter niet in gelijke mate op alle domeinen van het KMO-bedrijfsbeheer af. Onderzoek naar personeelsbeleid in of ‘op maat van’ KMO’s is schaars. Het VIONA-project Personeelsbeleid in KMO’s: een onderzoek naar de kenmerken van een effectief KMO-personeelsbeleid vult deze leemte op. Dit onderzoek verschaft inzicht in de wijze waarop het personeelsbeleid vandaag vorm krijgt in de Vlaamse KMO’s (10-99 werknemers). Hoe worden werving, selectie, opleiding, loopbaanbeleid, taakontwerp, beloning, inspraak, enz. georganiseerd in KMO’s? Zijn er verschillen tussen bepaalde types KMO’s? Hoe staan KMO’s tegenover het overheidsbeleid? Tevens werd in dit project uitgebreid aandacht besteed aan de effecten van het gevoerde personeelsmanagement. Hierbij is o.a. onderzocht of de wijze waarop KMO’s het personeelsbeleid vorm geven, gerelateerd kan worden aan verschillen in termen van bedrijfsperformantie. De resultaten van dit onderzoek vonden hun weerslag in een reeks van negen cahiers.
|
Personeelsbeleid in KMO's: een onderzoek naar de kenmerken van een effectief KMO-personeelsbeleid. Cahier 9: Alles op een rij
|
Sociology
| 718
|
c:vabb:156540
|
Wanneer Jezus gekruisigd is, weet de johanneïsche lezer uit de vroegere uitspraken van Jezus in het evangelie dat opgeheven worden in de kruisiging eveneens het begin betekent van Jezus’ triomfantelijke terugkeer naar God. Tekenen van leven ontspruiten op de desolate plaats van Golgota. Een nieuwe gemeenschap wordt geboren, gesymboliseerd in de aanwezigheid van de moeder van Jezus en de geliefde leerling bij het kruis (19,26-27). Bloed en water vloeien als levengevende stromen uit de doorboorde zijde van Jezus (19,34). Omwille van de wijze waarop Johannes over de dood van Jezus spreekt, heeft zijn taal doorheen de eeuwen invloed gehad op het christelijk vertroostend spreken bij het verlies van nabestaanden en bij rouw. Jezus’ weg naar God is in feite een model voor de leerlingen zelf. Jezus vertelt hen dat Hij naar zijn Vader gaat om een verblijfplaats voor hen voor te bereiden (14,3): de dood wordt dus voorgesteld als een thuiskomen bij God.
|
Leven ondanks dood. Het passieverhaal volgens Johannes
|
Theology
| 44
|
c:vabb:182744
|
Het hoofdstuk voorziet vooreerst de wetgeving en rechtspraak (uit de periode 2001-2006) over beroepsziekten van commentaar. De rode draden worden blootgelegd, en vervolgens wordt de vraag gesteld of deze doorgetrokken moeten worden in de toekomst. Bij dit alles ligt het accent op de preventie van beroepsziekten.
|
Beroepsziekten: vandaag zaaien om morgen te oogsten
|
Law
| 475
|
c:vabb:387008
|
Is Consciences De leeuw van Vlaanderen een jeugdboek? Vast staat dat het boek al snel na verschijnen zowel door volwassen als door jeugdige lezers verslonden werd en op de duur zelfs in hoofdzaak door de jeugd. Dit dubbele publiek maakt van Consciences bekendste werk een ambivalente tekst. Die ambivalentie werd nog versterkt toen het boek in de twintigste eeuw speciaal bewerkt werd voor jonge lezers.
In dit artikel focus ik op drie adaptaties voor de jeugd uit 1952, 1979 en 1984. Meer specifiek onderzoek ik op welke manieren de drie bewerkers de nationale thematiek hebben aangepast aan hun nieuwe doelpubliek. Die aanpassingen analyseer ik zowel op macro- als op microniveau, waarbij ik de bevindingen interpreteer vanuit de veranderende cultuur-historische context.
|
De leeuw met kleine klauwtjes
|
Linguistics
| 4,530
|
c:vabb:276561
|
Staken is hinderlijk voor reizigers, pendelaars en andere consumenten. Toch is een zo absoluut mogelijk stakingsrecht noodzakelijk voor een democratische rechtsorde, nl. als 'topos' voor de gegeneraliseerde negatie van diezelfde rechtsorde. Deze gedachte, door Walter Benjamin ontwikkeld n.a.v. politieke stakingen in de jaren 1920, blijft actueel voor de huidige vaak anti-syndicale cultuur.
|
Oorlog is natuurlijk erger dan een zoekgeraakte koffer. Staking, geweld en rechtsorde
|
Art History
| 1,024
|
c:vabb:437762
|
1. Er staat geen onmiddellijk hoger beroep open tegen het vonnis waarbij de geadieerde rechter zich bevoegd of onbevoegd verklaart. Een dergelijk hoger beroep is slechts mogelijk nadat de rechter die zich bevoegd heeft verklaard of de als bevoegd aangewezen rechter een eindvonnis heeft gewezen over de ontvankelijkheid of de gegrondheid. 2. Er is geen samenhang tussen vorderingen in verschillende aanleg, ook al zijn zij voor hetzelfde rechtscollege aanhangig.
|
Onterechte voeging wegens samenhang, voorbarig hoger beroep tegen een vonnis inzake onbevoegdheid en de omvang van de vernietiging van een cassatiearrest
|
Law
| 6,137
|
c:vabb:385318
|
Pastoraal op school. Meer dan ooit is het een uitdaging. Een hele groep is de band met de traditie verloren die vroeger die pastoraal vorm en richting gaf. Dat geeft al levensbeschouwelijke diversiteit. Bovendien neemt het aantal anders- en niet-gelovigen in de school toe. En daarbinnen zijn er nog talloze schakeringen en nuances: levensbeschouwelijke verschillen. Voeg daar tenslotte aan toe dat een school vooral uit kinderen en jongeren bestaat die zelf op zoek zijn naar een eigen identiteit en zingeving. Hoe gaan we daar mee om? Met welke bril kijken we ernaar? De werkgroep PALED is - na grondige - terreinverkenning - op zoek gegaan naar de vragen die dat oproept en naar aanzetten tot antwoorden.
|
Pastoraal en Levensbeschouwelijke Diversiteit in katholieke scholen
|
Theology
| 4,489
|
c:vabb:379597
|
Na turbulente maanden bleek de laatste week van februari 2014 voor Oekraïne de meest turbulente in haar geschiedenis. In één week werd de Russisch gezinde president Janoekovitsj van de macht verdreven, en installeerde de zeer diverse oppositie zich in het regeringspluche in Kiev. In de westerse media werd gesproken over een democratische omwenteling. De wil van het Oekraïense volk zou gevolgd zijn. Die wijze van voorstellen is evenwel zeer eenzijdig. Hoe corrupt Janoekovitsj ook moge zijn, hij was wel wettelijk verkozen.
|
Grensland Oekraïne : van de opening van de doos van Pandora naar de geopolitieke loopgraven?
|
Political Sciences
| 4,339
|
c:vabb:425177
|
ACHTERGROND
Een gekende eigenschap van antipsychotica is de neiging tot verhoging van het prolactinegehalte of hyperprolactinemie. Een toenemend aantal studies ziet een rol van prolactine in de borst-carcinogenese, wat leidt tot bezorgdheid omtrent een mogelijk verband tussen antipsychotica en borstkanker.
DOEL
Een overzicht geven van de huidige kennis over de relatie tussen prolactine, antipsychotica en borst¬carcinogenese en de associatie tussen schizofrenie en borstkanker.
METHODE
Een literatuuronderzoek via Pubmed, op zoek naar Engels- en Nederlandstalige artikels omtrent borstkanker(risicofactoren), prolactine, antipsychotica en schizofrenie.
RESULTATEN
Studies tonen aan dat het gebruik van antipsychotica op zich geen aanleiding geeft tot een verhoogd borstkankerrisico. Bovendien lijken deze middelen geen invloed uit te oefenen op het – voor borstkanker mogelijk erg relevante – lokaal geproduceerde prolactine en hebben bepaalde antipsychotica zelfs een anticarcinogene werking.
Wat het voorkomen van borstkanker in schizofrenie betreft, zijn de resultaten tegenstrijdig. Desondanks toont onderzoek wel een significant verhoogd aantal borstkankerrisicofactoren (zoals ongezonde levensstijl) in deze groep aan.
CONCLUSIE
Prolactine¬verhogende antipsychotica vertonen geen duidelijk verband met borstkanker. Toch blijft voorzichtigheid bij het voorschrijven van antipsychotica bij patiënten met borstkanker aangeraden. Daarnaast is het de taak van de clinicus om borstkanker¬risicofactoren zo goed mogelijk te behandelen, vooral bij patiënten met schizofrenie.
|
Prolactine, antipsychotica en borstkanker: is er een verband?
|
Social Health Sciences
| 5,840
|
c:vabb:434893
|
KFCO Beerschot-Wilrijk haalt door zijn steile opmars in de Belgische voetbalcompetitie geregeld positief de pers. Een tijdje geleden was dat anders: niet alleen was er de aanval op een supportersbus door de aanhang van een rivaliserende club, maar ook fans van Beerschot-Wilrijk misdroegen zich bij een uitwedstrijd. Omdat er een zware boete dreigt, besloot het bestuur om op verschillende kanalen een brief aan de supporters te publiceren. Een voltreffer of een misser?
|
Voetbal, een feest. Open brief van een voetbalclub aan zijn supporters
|
Linguistics
| 6,040
|
c:vabb:491043
|
Gedegen onderzoekers hebben niet alleen kennis nodig, ze moeten ook de juiste vaardigheden beheersen. Dit boek presenteert de opeenvolgende stappen in een onderzoek, van de keuze van het onderwerp tot de publicatie van de resultaten. Ook bevat het een leidraad voor het verzamelen van informatie en het kritisch evalueren van bronnen. Wie begrijpt hoe bibliotheken, bibliografieën en het internet functioneren, kan ze efficiënter gebruiken. Het hoofdstuk over boekgeschiedenis leert hoe de talrijke materiële aspecten van het handgedrukte boek te interpreteren. Wie zijn weg wil vinden in de huidige overvloed aan informatiebronnen hoort te beschikken over de nodige kennis, vaardigheden en attitudes om ze op een deskundige en efficiënte manier te gebruiken. Voor zowel beginnende als ervaren onderzoekers in de humane wetenschappen die kiezen voor een modern interdisciplinair perspectief biedt dit handboek een welkome ondersteuning.
|
Onderzoeksvaardigheden in de letteren en de boekgeschiedenis
|
Literature
| 7,192
|
c:vabb:79851
|
jeugdrecht - hervorming jeugdbeschermingswet van 1965
|
De hervorming van de jeugdbescherming: tussen pendel en schijnbeweging?
|
Criminology
| 8,789
|
c:vabb:388861
|
Verslag World Congress on Probation op 9 en 10 oktober 2013 in Londen
|
Verslag World Congress on Probation - 9 en 10 oktober 2013, Londen
|
Criminology
| 4,726
|
c:vabb:294001
|
Samenvatting (English abstract below) Vanaf het einde van de jaren ‘60 werd de fermette in Vlaanderen een razend populair woontype. Vooral in de jaren ’70 en ’80 maakte deze woning haar opmars in de Vlaamse verkavelingen en langs de Vlaamse steenwegen. Maar wat voor bouwpromotoren een veel gevraagd woningtype was, werd in de architectuurkritiek en bij bepaalde intellectuelen verguisd wegens haar vermeende “valsheid” of “onechtheid”. Wat betekende de fermette echter voor haar bewoners en hoe werd ze onthaald en bekeken door diverse actoren tijdens de jaren ‘60 en ’70, zijnde architecten en intellectuelen, de overheid en diverse socioculturele middenveldorganisaties zoals de Socialistisch Vooruitziende Vrouwen SVV, de Katholieke Arbeidersvrouwen KAV, de Christelijke Middenstands- en burgervrouwen CMVB (nu Markant) of de Boeren- en Boerinnenbond. Abstract Since the 1960s the ‘fermette’ has been a well known and widespread phenomenon in Flanders, Belgium. The Flemish ‘fermette’, often translated in English as 'farm-style house”, “faux farmhouse” or “imitation farmhouse”, referred to a rural archetype of the ideal Flemish house. The stereotypical fermette contains elements supposedly referring to traditional farms, such as shuttered windows, a cartwheel or a door knocker. Because of these ‘false’ references, the fermette was heavily criticised by architects and urbanists, who blamed them for their lack of honesty and authenticity. Critics stated that the fermette’s symbolic reference to cosiness and old rural community life was not matched by a real-life participation in anything resembling village life, nor by a life-style that had anything to do with farming. This paper investigates the attitude of several actors, including residents, a social housing company and the main Flemish socio-cultural organisations towards this phenomenon. What made the fermette so appealing?
|
De fermette als woonideaal in Vlaanderen
|
Art History
| 1,338
|
c:vabb:168786
|
Op de eerste lijn worden steeds meer groepspraktijken, associaties en samenwerkingsverbanden opgericht. Hierbij komen heel wat aspecten kijken: welke visis heeft de groep op de praktijk, hoe verloopt de communicatie, hoe richt men de praktijk in, wat zijn de financiële en juridsche complicaties...? Vanuit verschillende disciplines(organisatiepsychologie, bedrijfseconomie, geneeskunde,...) moeten hiervoo oplossingen worden gezocht. Sinds een drietal jaar is het ICHO bezig met het uitwerken van een opleidingspakket over deze verschillende aspecten van het management van samenwerkingsverbanden. Dit pakket werd het voorbije academiejaar reeds in de opleiding van hibo's en praktijkopleiders aangeboden.
|
Van solo-arts naar team-arts. Samenwerking en management in duo-en groepspraktijken
|
Social Health Sciences
| 295
|
c:vabb:304117
|
Stand van zaken van de echtscheiding door onderlinge toestemming
|
EOT ACTUALIA
|
Law
| 1,734
|
c:vabb:509839
|
'Dan is woensdag een mooie dag om dood te gaan'. Over Het hele leven van Bart Moeyaert. Sofie Gielis Bart Moeyaert maakt het me moeilijk. Is dit nu later? zingt het in mijn hoofd als ik zijn Het hele leven dichtklap. Ik snap geen donder van het leven / Ik weet nog steeds niet wie ik ben. Zo'n titel lijkt antwoorden te beloven. Op Grote Vragen dan nog wel. Maar Moeyaert poeiert je naar aloude Bijbelse traditie af met meer vragen dan antwoorden. Zoals: is elk einde eenzaam? Of: als je jezelf naast God plaatst, ben je dan extreem gelovig of net extreem ongelovig? Begint de hemel op de aarde? En is dat ook niet waar hij eindigt? Vragen, vragen, vragen maar ze zijn gelukkig aangenaam gezelschap. De bevreemdende troost van Moeyaerts versie is meer een hemel op mensenmaat dan het klassieke paradijs. Klassiek zijn deze verhalen over de schepping, het paradijs en de hemel niet. In Moeyaerts hemel ben je vergeetachtig en eenzaam, in zijn paradijs woekeren de bramen en stinkt de met modder overspoelde grond en voor zijn schepping is, naast God, vooral een stoel nodig-'om op te zitten, want er is heel lang niets geweest.' De drie delen van de roman verschenen al eerder. De Schepping in 2003, Het Paradijs in 2010 en De Hemel in 2015. Ze vormden de aanleiding voor steeds aanzwellende samenwerkingen. Eerst met het Nederlands Blazers Ensemble dat Moeyaerts teksten fris combineerde met drie oratoria van Joseph Haydn. Voor deze gebundelde editie van de trilogie voegde illustrator Peter Van den Ende beelden toe die lijken te antwoorden op de tekst en zo een extra blik bieden. Van den Ende is ook in dat Paradijs geweest, met die stoel en die braambessen, maar zag het weer net even anders. De schijnbaar simpele, maar stiekem rijke tekeningen zijn een ideale aanvulling. Het zwart/wit, de meest elementaire non-kleuren, sluit aan bij de misleidende doorzichtigheid van de tekst en Van den Ende herhaalt details waar de gehaaste lezer misschien te weinig aandacht aan besteedt. Zoals die stoel. Wat doet een stoel bij het 'In het begin was er niets'? En wat doet een ik daar, naast God? Terwijl er nog geen licht bestaat, geen zee, geen lucht. De schepping begint met niets, een ik en een stoel. Dat lijkt verdacht veel op een voor een schrijver bekende setting: je zit, denkt na, beweegt een paar vingers, en voor je het weet ontstaat een wereld. God heeft daar doorgaans weinig mee te maken. De schrijver is de schepper, zoals we reuzen zijn voor de mieren. Hij roept op en kan weer wissen. Zonder beweging van zijn vingers, ontstaat er niets. Heer en meester van Moeyaerts schepping lijkt eerder die schrijvende mierengod dan de machtige man met de baard. Het is de verbeelding die tot leven wekt. Vooral in het intrigerende laatste deel, De Hemel. Moeyaerts hemel bevat elementen die in andere schrijvershanden wellicht de hel zouden kleuren: tijd die zich vult met het geluid van een lekkende kraan, eenzaamheid van het extreme type dat doet vergeten hoe je een kus moet ontvangen,
|
‘Dan is woensdag een mooie dag om dood te gaan’. Over 'Het hele leven' van Bart Moeyaert
|
Art History
| 7,659
|
c:vabb:540251
|
In de traditie van de kantiaanse plichtsethiek worden mensen niet in eerste instantie als dragers van rechten beschouwd, maar als dragers van plichten en verantwoordelijkheden. In dit artikel wordt aangetoond dat een kantiaans concept van een rechtvaardige samenleving niet alleen kan putten uit Kants deugdenleer (zoals Thomas Mertens beklemtoont), maar ook uit Kants politieke filosofie om zich van die plichten en die verantwoordelijkheden een concreter beeld te vormen in een tijdperk waarin vaak te eenzijdig de klemtoon wordt gelegd op rechten.
|
Morele plicht en politieke verantwoordelijkheid in het tijdperk van de mensenrechten
|
Philosophy
| 8,606
|
c:vabb:83098
|
Over de verplichting van de overheid om te vervolgen en/of te straffen wanneer het leven van kinderen in gevaar is.
|
'Strafplicht' voor overheid om recht op leven te beschermen?
|
Criminology
| 9,154
|
c:vabb:370934
|
Vertaling in het Nederlands van Libero Altomare, Demolizioni; pp. 30-33; Carlo Carrà, Divagazione medianica n° 1, pp. 196-197; Piero Jahier, Wir müssen, pp. 216-221; Filippo Tommaso Marinetti, Bataille à 9 étages, pp. 250-251; Clemente Rebora, Viatico, pp. 320-321; Piero Jahier, Prima marcia alpina, pp. 362-365
|
[6 gedichten van Libero Altomare, Carlo Carrà, Piero Jahier, Filippo Tommaso Marinetti, Clemente Rebora]
|
Literature
| 3,758
|
c:vabb:374930
|
Proeve tot een geïntegreerd en hervormd statuut voor het federaal openbaar ambt
|
Proeve tot een geïntegreerd en hervormd statuut voor het federaal openbaar ambt
|
Law
| 3,888
|
c:vabb:407199
|
Liesbeth Pulinckx belicht het Angelsaksische initiatief Fresh Expressions of Church en opent de vraag of een gedecentraliseerd kerkdenken ook perspectieven kan bieden voor gemeenschapsvorming in Vlaanderen.
|
Een frisse wind door de kerk? Biedt het Angelsaksische initiatief Fresh Expressions of Church perspectieven voor ecclesiogenese in Vlaanderen?
|
Theology
| 5,384
|
c:vabb:438038
|
Dat het fysieke verkooppunt blijft bestaan, staat al lang niet meer ter discussie. Maar dat de rol ervan anders zal ingevuld (moeten) worden, weten we intussen ook. Onder druk van de digitale disruptie en het veranderde koopgedrag zijn traditionele retailers nog wanhopig op zoek naar hoe de bakstenen winkel relevant kan blijven voor de consument.
|
De fysieke winkel als communicatiekanaal
|
Art History
| 6,185
|
c:vabb:351518
|
Overzicht van de geschiedenis van de Westhoekduinen (De Panne) van late middeleeuwen tot 1800, beschouwd binnen de brede context van het Vlaamse duinenbeheer
|
De Westhoekduinen van de middeleeuwen tot 1800
|
History
| 3,421
|
c:vabb:385386
|
In dit artikel analyseren we de impact van de fiscale crisis op de Belgische federale overheid vanaf 2009 tot en met de opmaak van de initiële begroting 2014. We focussen ons daarbij zowel op de omvang en de inhoud van de genomen crisismaatregelen als op de besluitvorming om tot deze fiscale consolidatie te komen. We stellen vast dat het federaal gevoerde crisisbeleid beïnvloed wordt door het politiek-ambtelijke systeem, in wisselwerking met de binnenlandse macro-economische toestand, de wereldwijde economische context en externe factoren (zoals de Eurocrisis en de druk vanwege kredietbeoordelaars). De Belgische politieke impasse na de verkiezingen van 2010 vormt bovendien een niet te onderschatten context waarbinnen het fiscale consolidatiebeleid in de federale overheid ontwikkeld werd.
|
De impact van de fiscale crisis op de federale overheid
|
Political Sciences
| 4,492
|
c:vabb:403088
|
Mensen met een autismespectrumstoornis en een verstandelijke en visuele beperking hebben vaak ernstige communicatieproblemen. Als iemand niet (voldoende) kan communiceren via gesproken taal, is aangepaste communicatie nodig. Speciaal voor deze doelgroep is een nieuw instrument – de ComVoor-V – ontwikkeld. Op basis van de afname van de ComVoor-V kan een geschikte strategie voor ondersteunende communicatie worden bepaald. Het instrument kan bij zowel blinde als slechtziende personen worden afgenomen. De ontwikkeling van de ComVoor-V wordt in deze bijdrage nader toegelicht. De psychometrische eigenschappen van de ComVoor-V zijn onderzocht op basis van afnames bij 84 personen met een visuele en verstandelijke beperking met een ontwikkelingsleeftijd tussen 12 en 60 maanden. Het instrument blijkt over een goede betrouwbaarheid te beschikken en de eerste analyses wijzen ook op voldoende validiteit.
|
De ontwikkeling van de ComVoor-V: de ComVoor met aanpassingen voor personen met een visuele beperking
|
Educational Sciences
| 5,298
|
c:vabb:400374
|
In dit essay gaat Prof. Christel Stalpaert dieper in op de basisbeginselen, het (blijvende) belang en de invloed van de postmoderne dans op de beeldende kunsten.
|
No to moving or being moved
|
Art History
| 5,188
|
c:vabb:371039
|
Gerrit Komrij stelde een bloemlezing samen uit vijf eeuwen kinderpoëzie uit de collectie van de Koninklijke Bibliotheek in De Haag. In dit artikel bespreekt Jan Van Coillie deze publicatie, waarbij hij de bloemlezing situeert in Komrijs poëtica en vergelijkt met andere bloemlezingen kinderpoëzie.
|
De kinder Komrij
|
Literature
| 3,762
|
c:vabb:388870
|
Het eerste deel van het boek gaat over de mobiliteit van personen. Het begint <br/>met een hoofdstuk van Michel Hubert, Kevin Lebrun, Philippe Huynen en <br/>Frederic Dobruszkes over de dagelijkse mobiliteit. Deze wordt geplaatst in <br/>een veranderende context, vooral door de 'demografische boom' en de stedelijke <br/>deconcentratie. De uitdagingen van elke vervoerswijze komen aan bod. <br/>Vervolgens gaat men in op de hulpmiddelen en uitdagingen van het mobiliteitsbeleid, <br/>met name op de moeilijkheden van het bestuur in het kader van het <br/>federale Belgie en de versnipperde context binnen Brussel, en op de financiele <br/>beperkingen. Daarna belicht het hoofdstuk de uitdagingen en controverses <br/>van twee grote projecten, waarvan er een al loopt en het ander op stapel staat, <br/>namelijk de uitbreiding van het spoorwegnet van de MIVB en het GEN. <br/>In het tweede hoofdstuk stellen Tom van Lier, Astrid De Witte en Cathy <br/>Macharis een analyse voor van de impact van telewerken op mobiliteit <br/>en milieu. Op basis van een enquete bij meer dan duizend werknemers die <br/>werkzaam zijn bij in Brussel gevestigde bedrijven toont men aan in welke <br/>mate telewerken aanleiding geeft tot veranderingen in het verplaatsingsgedrag <br/>en de daarbij gebruikte transportmodi. Om de impact van de gewijzigde <br/>mobiliteit op het milieu te berekenen, becijfert men de externe transportkosten <br/>van drie verschillende scenario's. Hierbij vergelijkt men de situatie <br/>waarin wordt gependeld naar het hoofdkantoor met de situatie waarbij wordt <br/>gependeld naar een satellietkantoor of waarbij er wordt thuisgewerkt. Zo kan <br/>men genuanceerde uitspraken doen over het nut van telewerken vanuit een <br/>mobiliteitsperspectief. <br/>Vervolgens vertellen Geoffroy Patriarche en Philippe Huynen u meer <br/>over het gebruik van de verplaatsingstijd in de vrij recente context van de <br/>verspreiding en de sociale toe-eigening van de zogenaamde 'mobiele' informatie- <br/>en communicatietechnologieen (mp3-spelers, gsm's en smartphones). <br/>Aan de hand van de laatste nationale mobiliteitsenquete onderzoeken zij wat <br/>mensen doen tijdens hun dagelijkse trajecten, of zij nu een praatje maken, tijd <br/>voor zichzelf reserveren of, wat minder vaak voorkomt, professionele taken of <br/>schoolwerk uitvoeren. <br/>Dit eerste deel eindigt met een verandering van schaal, want Frederic <br/>Dobruszkes biedt ons een analyse van de internationale bediening van <br/>Brussel en de uitdagingen die hieraan zijn verbonden. Hij vergelijkt de <br/>bediening van Brussel via de luchtvaart met die van andere grote Europese <br/>steden en gaat dieper in op de ontwikkelingen van de bediening via de <br/>luchtvaart en via het spoor gedurende de voorbije twee decennia. Deze <br/>ontwikkelingen worden bekeken op basis van de evolutie van het interventionisme <br/>van de openbare instanties en van de impact op het milieu. <br/>Het tweede deel van het boek gaat over goederentransport en logistiek. Het <br/>begint met een hoofdstuk van Mathieu Strale over een analyse van de lokalisatie <br/>van de logistieke activiteiten op basis van een indrukwekkende database <br/>van de logistieke vestigingen, die door de auteur zelf werd samengesteld. Eerst <br/>wordt de Brusselse situatie bekeken in het licht van de Noordwest-Europese <br/>steden, waarvoor een typologie van de lokalisaties wordt voorgesteld. Daarna <br/>volgt een analyse van de ontwikkelingen op schaal van de vroegere provincie <br/>Brabant en van Brussel-Hoofdstad. Afsluiten doet de auteur met de uitdagingen <br/>op maatschappelijk gebied en met het oog op de ruimtelijke ordening. <br/>Het hoofdstuk van Philippe Lebeau en Cathy Macharis gaat meer bepaald <br/>over de stand van zaken en uitdagingen van de logistiek in Brussel. Ze concentreren <br/>zich op de specifieke kenmerken en de beperkingen van de logistiek <br/>in een stedelijke omgeving, waarbij ze ook dieper ingaan op de verschillende <br/>transportwijzen. Ze benadrukken vooral de overheersing van de markt door <br/>het wegtransport en de gevolgen ervan en bespreken mogelijke oplossingen, in <br/>het bijzonder de regulering van de stromen door de mutualisatie en consolidatie <br/>van de leveringsrondes. <br/>Mathieu Strale en Benjamin Wayens sluiten dit tweede deel af met een <br/>originele analyse van de bevoorrading van de Brusselse handelszaken. Er <br/>bestaan slechts weinig analyses over dit onderwerp, hoewel winkels alomtegenwoordig <br/>zijn in de stad en onvermijdelijk zijn in het dagelijkse leven van <br/>iedereen die in de stad woont of er regelmatig komt. De soorten bevoorradingsketens <br/>worden uiteengezet en de factoren die deze ketens structureren, <br/>worden bestudeerd. Vervolgens bieden de auteurs ons een kwantitatieve en <br/>geografische raming van de gegenereerde stromen en banen, alvorens af te <br/>sluiten met de uitdagingen met betrekking tot eventuele regelingen van de <br/>leveringen of van de vervoerswijzen.
|
Mobiliteit en Logistiek in Brussel
|
Economics & Business
| 4,727
|
c:vabb:399148
|
Tablets hebben zich op korte tijd opgeworpen als een populair en veelgebruikt medium. Wat zijn echter de didactische mogelijkheden van tablets? Dit artikel focust specifiek op de context van geschiedenisonderwijs. Na een algemene reflectie over de technologische sterke en zwakke punten van tablets bekijken we de mogelijkheden voor de historische vorming. Tablets kunnen zowel gebruikt worden als hulpmiddel om historische kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes uit te bouwen. De conclusie is dan ook dat een tablet een stimulans kan vormen om te komen tot een dynamisch leerproces.
|
Tablets in de les geschiedenis: mogelijkheden van een nieuw leermiddel voor de historische vorming
|
History
| 5,144
|
c:vabb:468313
|
Voor rechtsvorderingen tot schadevergoeding wegens mededingingsinbreuken voerde de wet van 6 juni 2017 ter omzetting van de richtlijn 2014/104/EU specifieke verjaringsregels in. In dat kader rijst de vraag welke verjaringsregels van toepassing zijn op buitencontractuele rechtsvorderingen tot schadevergoeding wegens kartelinbreuken die een aanvang namen of plaatsvonden vóór de inwerkingtreding van de nieuwe regels inzake verjaring. Bij die vraag is er in elk geval met drie zaken rekening te houden: (1) de verjaringsregels van artikel 2262bis, §1, tweede en derde lid BW, (2) het arrest van het Grondwettelijk Hof van 10 maart 2016 en (3) de nieuwe specifieke verjaringsregels ter omzetting van de richtlijn 2014/104/EU. In het licht van dat drieluik wordt een stappenredenering aangereikt om te bepalen of een rechtsvordering tot schadevergoeding wegens een kartelinbreuk al dan niet is verjaard.
|
De verjaring van buitencontractuele rechtsvorderingen tot schadevergoeding wegens kartelinbreuken: een intrigerend drieluik
|
Law
| 6,772
|
c:vabb:401494
|
De stedenbouwkundige en architecturale ontwikkeling van Gent in de 19de eeuw is onlosmakelijk verbonden met de opmars van de industrie. De Arteveldestad gooide in die periode haar ancien régime-gewaad af en groeide uit tot een plek waar de moderne textielnijverheid de economische hoofdrol opeiste. Dat deze bedrijvigheid stevig haar stempel drukte op de aanblik van de binnenstad en het leven dat er zich afspeelde, leidde echter al snel tot tegenreacties, ook architecturaal. Het exotisme en meer in het bijzonder het oriëntalisme deden in de stedelijke bouwkunst hun intrede, in een poging oases te creëren op plekken waar grauwheid en pollutie onontkoombaar leken. Ontleningen aan de vormentaal van de islamitische architecturen werden daartoe vermengd met een scheut westerse fantasie. In deze tekst wordt dit verschijnsel aan de hand van een aantal casi onder de loep genomen.
|
'Oosterse' settings, Gentse figuranten: oriëntalistische architectuur in de Arteveldestad
|
Art History
| 5,238
|
c:vabb:388514
|
behandeling van vastgoed in faillissementsprocedure
|
Vastgoed in een faillissementsprocedure: enkele aandachtspunten
|
Law
| 4,676
|
c:vabb:335087
|
Dit achtste Salsa!-cahier beschrijft hoe de Leuvense beleidsvoerders tijdens een groot deel van de twintigste eeuw – vanaf de start van het interbellum tot het einde van de jaren vijftig – omgingen met de stadsnatuur op hun grondgebied. Anders dan men spontaan zou denken, was het openbaar groen allesbehalve een ‘dood’ thema in deze periode. De besluitvorming over de aanleg en het onderhoud van parkjes, straatbomen en plantsoenen deed de politieke gemoederen vaak verhitten, en leidde soms zelfs tot een hevige partijpolitieke strijd. Zo reconstrueert Felbevochten vergroeningen onder andere een ambitieus wederopbouwplan dat Leuven grote nieuwe parken moest bieden, de denkbeelden van vergeten natuurliefhebbers en boombeschermers uit de gemeenteraad, het opmerkelijke ‘vergroeningsbeleid’ van de jaren dertig, en het (vaak verkeerd begrepen) modernistisch openbaar groen van Sint-Maartensdal en Vriesenhof uit de jaren vijftig. Het relaas is voorzien van een ruime selectie aan beeldmateriaal, waarvan een groot deel nooit eerder werd gepubliceerd.
|
Felbevochten vergroeningen. Het Leuvense stadsnatuurbeleid, 1918-1958
|
History
| 2,597
|
c:vabb:440280
|
Eind jaren 70 deed competentiegericht onderwijs zijn intrede in het onderwijs. In deze onderwijsvorm gaat het om de integratie van kennis, vaardigheden en houdingen en het kunnen toepassen hiervan in betekenisvolle en authentieke situaties. Het doel is om mensen beter voor te bereiden op de snel veranderende maatschappij. Een veelgehoorde kritiek op het competentiegericht onderwijs is echter dat de evaluatiemethodes blijven hangen op het niveau van eenvoudig te meten kennisvragen en geen rekening houden met de context waarin de competentie tot uiting komt. Op deze manier schiet competentiegericht onderwijs zijn doel voorbij. Want hoe weet je hoe competenties zich ontwikkelen als je ze niet op de juiste manier meet? In dit artikel gaan we in op de belangrijkste struikelblokken bij het beoordelen van competenties en laten we zien hoe D-PAC een veelbelovend alternatief is.
|
Competenties kwaliteitsvol beoordelen met D-PAC
|
Educational Sciences
| 6,252
|
c:vabb:269948
|
Samen met vijf andere Vlaamse musicologen schreef Steven Vande Moortele een toegankelijk cahier over het werk en leven van Johannes Brahms. Brahms’ oeuvre wordt er niet alleen systematisch per genre besproken, maar ook in een ruimere cultuurhistorische en biografische context gesitueerd. De auteurs gaan na wat Brahms leerde van zijn directe voorbeelden Beethoven, Schubert en Schumann en van oude meesters als Bach en Schütz. Bovendien analyseren ze hoe Brahms’ even doorwrochte als verinnerlijkte muziek, niet minder dan de muziek van zijn tijdgenoot en zogezegde tegenpool Wagner, naar de toekomst vooruitwijst.
|
Johannes Brahms
|
Art History
| 663
|
c:vabb:420628
|
Dit artikel bespreekt de vraag hoe theorie zinvol kan bijdragen tot het kunstonderwijs. Het wijst op de spanning tussen het waarheidsstreven inherent aan het wetenschappelijk onderzoek en het verlangen om te slagen als kunstenaar en een 'oeuvre' te realiseren.
|
Verstandig liegen: over nut en nadeel van theorie voor het kunst-maken
|
Art History
| 5,750
|
c:vabb:168784
|
De meeste huisartsen beseffen het nut en de voordelen van samenwerken. Maar welke randvoorwaarden zijn er nodig om van samenwrking een succes te maken ? In opdracht van het Ministerei van Volksgezondheid werd in 2001 een 200-tal huisartsen hiervoor bevraagd. Een forfaitairbetalingssysteem voor de niet-prestatiegebonden taken wordt door 63,6% van hen als essentieel geacht om goed te kunnen samenwerken. Ook logistieke ondersteuning, delgeijk infrastructuur, geregeld overleg, goede taakafspraken, gemeenschappelijke visie en doelstellingen rond huisartsengeneeskunde en praktijkvoering en ten slotte wederzijds respect en vertrouwen zijn belangrijke pijlers van een goede samenwerking.
|
Randvoorwaarden voor een betere samenwerking tussen huisartsen: wat is de mening van de beroepsgroep ?
|
Social Health Sciences
| 294
|
c:vabb:440059
|
Debatten over de vraag of er vandaag meer of minder racisme is, zijn naast de kwestie. De vraag die centraal moet staan, is waarom racisme zo aanhoudt en wat eraan kan worden gedaan. De sociale psychologie levert een aantal aanknopingspunten die een stuk relevanter zijn voor het racismedebat. In onze samenleving wordt disproportioneel veel aandacht geschonken aan kleur als maatschappelijk relevant criterium. In deze bijdrage reiken we een aantal handvaten aan voor een ontkleurde samenleving. Maar hoe ziet racismebestrijding 2.0 er dan concreet uit?
|
Racisme in Vlaanderen? Handvaten voor een ontkleurde samenleving
|
Philosophy
| 6,250
|
c:vabb:169115
|
Patiëntenfeedback betreffende communicatievaardigheden bij middel van een vragenlijst die wordt ingevuld na afloop van consultaties, blijkt relatief eenvoudig te implementeren in de huisartsenopleidingspraktijk en levert voldoende waardevolle informatie op om de communicatievaardigheden verder bij te sturen. Bovendien blijkt de methode door patiënten positief onthaald te worden
|
Waarom het niet aan de patiënt vragen? Een pilootstudie over patiëntenfeedback
|
Social Health Sciences
| 352
|
c:vabb:304017
|
Net zoals het profiel van mensen evolueert ook het profiel van steden. Een complexe maar unieke mix van genetisch materiaal en levenservaring stuurt het toekomstige gedrag. Via de bewerking en omzetting van gestockeerde informatie in nieuwe, eigentijdse oplossingen en gedragspatronen voedt het geheugen dus de toekomst. Wat vroeger was en ontstond vormt een belangrijke inspiratiebron en motor voor wat is, kan en zal zijn. Stadsinnovatieprojecten kunnen het stedelijke geheugen ondersteunen. In principe komen alle stadsinnovatieprojecten hiervoor in aanmerking. Maar, op het congres zijn we geïnteresseerd in een welbepaald type van stadsinnovatieprojecten, namelijk deze die vanuit een uitgesproken cultureel-educatieve invalshoek vooral het zogenaamde creatieve geheugen van de stad ondersteunen. Concreet gaat het om een tiental stadsinnovatieprojecten rond Openbare Bibliotheken (o.a. Antwerpen, Amsterdam, Delft, Den Haag, Genk, Gent, Oostende, Roeselare, en Roosendaal) én een vijftal stadsinnovatieprojecten rond creatieve economie (o.a. Beehives Amsterdam, Bellevue Brussel, C-Mine Genk, Kunsteyssen Alkmaar en Turnova Turnhout). Bij de analyse van de casussen staat vooral de beleidsvorming en het open of responsieve karakter ervan centraal: welke inhoudelijke en procesmatige beleidskeuzes kenmerken deze stadsinnovatieprojecten ? Op welke wijze sluiten deze beleidskeuzes aan bij bovenlokale én lokale noden, behoeftes en eisen ten aanzien van de stedelijke ontwikkeling inzake cultuur, educatie en zo creativiteit? Kortom, hoe ondersteunen deze stadsinnovatieprojecten het creatieve geheugen van de stad ?
|
Het creatieve geheugen, stadsinnovatieprojecten rond openbare bibliotheken en creatieve economieën
|
Political Sciences
| 1,694
|
c:vabb:427452
|
Ierland heeft veel grote literatoren voortgebracht, waaronder vier Nobelprijswinnaars, en dat is uitzonderlijk. In dit artikel gaat universitair docent Raphaël Ingelbien in op deze kwestie aan de hand van Pascale Casanova’s centrum-periferie-model van de wereldliteratuur. Hij laat zien hoe de Ierse schrijvers juist door de vaak problematische relatie met hun vaderland zo belangrijk konden zijn bij de vorming van een internationaal georiënteerde literatuur, en wat hierin de rol van de Engelse taal was. Ook beschrijft hij hoe Ierland in de afgelopen decennia haar beroemde schrijvers heeft omarmd en hoe het land tegenwoordig omgaat met haar literaire erfgoed.
|
Dublin - Ierland - de wereld (en nog wat daar tussenin)
|
Literature
| 5,910
|
c:vabb:383880
|
Goed beoordelen van mondelinge taalvaardigheid is lastig. In dit artikel wordt een beoordelingsmodel gepresenteerd dat zowel leerlingen in de voorbereidende fase kunnen gebruiken als docenten tijdens het mondeling zelf.
Herkent u dit? Leerlingen die elkaar beoordelen en vooruit helpen bij mondelinge taalvaardigheid? Leerlingen die hun voortgang meten aan de hand van valide, heldere en betrouwbare criteria? De docent die de prestatie meet met dezelfde criteria? Kris Buyse en Emma de Rijk hebben de afgelopen periode gewerkt met een beoordelingsmodel dat door de leerling en de docent wordt gebruikt tijdens het oefenen en bij de toetsing van mondelinge taalvaardigheid. In dit artikel wordt het model uitgelegd en een praktijk-ervaring besproken.
|
SMART mondelinge taalvaardigheid beoordelen: het kan!
|
Linguistics
| 4,440
|
c:vabb:435485
|
De interesse naar de sociaaleconomische gevolgen van lokaal bestuur is recentelijk enorm toegenomen.
Hoewel hieraan al veel studies zijn gewijd, focust de literatuur zich voornamelijk op voorbeelden uit geïndustrialiseerde landen. Daarom verkoos de auteur haar thesisonderzoek te doen in een Ghanese sloppenwijk.
|
Decentralisatie en lokaal bestuur in Ghana
|
Political Sciences
| 6,052
|
c:vabb:510140
|
EUR.Friends NLNL-BENL maakt deel uit van een 12-delige reeks online e-learning modules over talen-en-culturen van de Euregio Maas-Rijn. De modules werden ontwikkeld in het kader van het project EUR.Friends (Interreg VA).
|
EUR.Friends module NLNL-BENL
|
Linguistics
| 7,697
|
c:vabb:273296
|
In dialoog met theory U en een aantal werken over leiderschap wordt aangetoond dat de problemen in verband met leiderschap niet kunnen opgelost worden met het denken dat deze problemen heeft veroorzaakt. Er wordt gewezen op het belang van metaforische taal, contemplatie en meditatie als bron van wijsheid.
|
Wijsheid en spiritualiteit: de verwaarloosde bronnen van leiderschap
|
Theology
| 810
|
c:vabb:161566
|
Wanneer extremistische actoren opduiken in de politieke sfeer stelt zich voor democraten het dilemma van de tolerantie: als we de fundamentele waarden van tolerantie, vrijheid en respect willen hooghouden, hoe tolerant moeten we dan zijn ten aanzien van diegenen die intolerantie prediken? In antwoord op dit dilemma verdedigen we in dit artikel een 'concentrisch' model van een weerbare democratie. Volgens dit model moeten de bekommernissen van extremistische kiezers ernstig genomen worden, maar moeten extremistische partijen zelf actief bestreden worden.
|
Politiek extremisme en de weerbaarheid van de democratie
|
Philosophy
| 132
|
c:vabb:314115
|
Het onderwijs raakt aan de kern van onze samenleving. Het is dan ook een belangrijke Vlaamse bevoegdheidsmaterie, niet alleen wegens het omvangrijke budget, maar ook en vooral omdat de organisatie ervan richting geeft aan de toekomstige generaties. Bovendien is de weerslag van overheidsbeslissingen op het dagelijkse leven van honderdduizenden studerenden en leerkrachten niet te onderschatten. De wijze waarop het onderwijs vorm kreeg in de Vlaamse Gemeenschap vanaf 1988 werd in belangrijke mate bepaald door de politieke breuklijnen van de voorafgaande periode. Wij bekijken daarom eerst de sche¬merperiode van de cultuurautonomie vanaf 1971 tot aan de communautarisering van het onderwijs, om vervolgens de belangrijkste kenmerken van het Vlaamse onderwijsbeleid sindsdien onder de loep te nemen zoals die tot uiting komen in enkele belangrijke decreten.
|
Decretale stappen in het Vlaams onderwijsbeleid
|
Political Sciences
| 1,969
|
c:vabb:303905
|
Maatschappelijke Dienstverlening - verslagtekst Jubileum 30 jaar Panopticon
|
Maatschappelijke Dienstverlening - verslagtekst Jubileum 30 jaar Panopticon
|
Criminology
| 1,660
|
c:vabb:464214
|
In de afgelopen jaren is er veel geschreven over burgerparticipatie in de stad. Via kleinschalige initiatieven van onderuit zouden burgers, activisten maar ook kunstenaars en designers een alternatieve stadsomgeving ontwerpen waarin gezamenlijkheid en collectieve betrokkenheid centraal staan. Deze bijdrage beargumenteert aan de hand van een casus uit Genk dat we ons moeten hoeden voor idealisme. Aansluiting bij meerdere spelers op meerdere niveaus is nodig, willen deze initiatieven duurzaam en representatief zijn.
|
Participatie, kunst en design: Het Kolenspoor in Genk
|
Art History
| 6,667
|
c:vabb:342358
|
In dit artikel wordt de ouderdom aangetoond van de idee dat een eigen, afzonderlijk handelsrecht nodig is. Die overtuiging berust op een assumptie die werd versterkt door het lobbywerk en de corporatieve bedoelingen van een economische elite doorheen de tijd. Dezelfde aangevoelde vanzelfsprekendheid leidde tot een verkeerd begrip van oude, politiek getinte teksten, waardoor niet-neutrale beschrijvingen als historische waarheid werden aanzien. Dat proces blijkt vooreerst uit de ontwikkeling van de bevoegdheid van de rechtbanken van koophandel, die aan het einde van de achttiende eeuw ten behoeve van de klasse van handelaars zelfs louter steunde op 'daden van koophandel'. In de Code de commerce werd dat al beperkt bijgesteld, maar de uiteindelijke afbouw van vele corporatieve kenmerken van dat wetboek vond pas plaats vanaf de laatste decennia van de negentiende eeuw. Dat was een gevolg van maatschappelijke ontwikkelingen. Toen het in de jaren 1860 en 1870 moeilijker werd de koopliedenklasse af te bakenen, ten gevolge van internationalisering en liberalisering van de handel, moest de personele bevoegdheid van de rechtbanken van koophandel worden gedefinieerd. De vanouds grote nood aan juridische expertise in de rechtbanken van koophandel werd mondjesmaat, maar zelfs in 1967 nog niet helemaal, erkend. De vandaag meer praktijkgeoriënteerde taken van de rechters in handelszaken worden echter eveneens met het vermelde oude beeld uitgelegd. De geduide processen van lobbyen en van bricolage van historische begrippen ter ondersteuning van claims komen verder ook in de legitimatie van transnationaal handelsrecht naar voren. Een historisch argument over het bijzondere karakter van een dergelijk recht kan enkel verwijzen naar de geslaagde corporatieve aanspraken van kooplieden in de loop van de geschiedenis, en niet naar een als zodanig bestaand gewoonterechtelijk handelsrecht.
|
Handel in oud en nieuw recht: lobbyen voor een afzonderlijk handelsrecht doorheen de geschiedenis
|
Law
| 3,120
|
c:vabb:80605
|
Freuds relatie tot de metafysica kadert in de traditie van de negetiende eeuwse cultuurkritiek.
Ik onderzoek welke betekenis metafysica nog kan hebben, of Freuds denken zelf vrij is van metafysische referenties, en wat hiervan de gevolgen zijn. Ondermeer Schopenhauer, Nietzsche en Hannah Arendt worden aan het woord gelaten in deze discussie.
|
Freud en de Metafysica
|
Philosophy
| 8,876
|
Subsets and Splits
No community queries yet
The top public SQL queries from the community will appear here once available.